Cliteur heeft, naar eigen zeggen, laten zien hoe het theisme en het atheisme zich tot elkaar verhouden. Er is echter nog een derde optie waaruit men kan kiezen, het agnosticisme, p.50ff. De agnosticist meent dat wij niet kunnen weten dat God bestaat: ‘agnosticism is the theory according to which things within a specified realm cannot be known’.[1]
Cliteur bespeurt echter problemen. Hij vraagt zich af over welke concepten of overtuigingen de agnost ‘onwetend’ is: het bestaan Zeus? Het bestaan van Allah?, p.51.
Stel dat de agnost zich in deze vraag verdiept: van welke God weet ik niet zeker dat hij bestaat?, dan zal hij toch tenminste kennis moeten nemen van de eigenschappen die God heeft. En als je eenmaal ziet wat het verband tussen deze eigenschappen is moet het je –zegt Cliteur- toch opvallen dat deze niet met elkaar kunnen worden verenigd?
(…) in order to leave open the existence of the theistic god, you should at least distinguish some of his characteristics. And once you have done that, why not specify your reasons for holding these characteristics to be compatible or not? Is it impossible to say anything about the likelihood of the existence of a personal, eternal, omnipotent, and perfectly good being? The atheist deems his existence unlikely, p.51.
Over de vraag waarom een goede God het kwaad toelaat valt juist erg veel te zeggen. Cliteur weidt bijna vier pagina’s aan dit vraagstuk. Dit toont aan hoeveel er eigenlijk te zeggen valt over het bestaan van God (let op de hoofdletter).
Dan is er nog een andere kwestie: als de agnost zich van een oordeel wil onthouden, waarom beperkt hij zijn onwetendheid dan tot de vraag of God bestaat? Ook het politieke leven bestaat uit een aantal lastige vraagstukken, zoals welke politieke stroming de beste is. Mensen moeten nu eenmaal keuzes maken op grond van de informatie die ze hebben, p.55.
Enige pagina’s verderop, nadat Cliteur iets gezegd heeft over de geschiedenis van het agnosticisme en hij heeft opgemerkt dat het agnosticisme zeer populair is, zet hij –verrassend- Pascal’s beroemde weddenschap in om het agnosticisme aan te vallen. Pascals argument is niet krachtig genoeg om de atheïst te overtuigen van het bestaan van God, p.60.
Pascal redeneert als volgt. Wij kunnen het bestaan van God niet bewijzen. God is oneindig groot. We kunnen echter wel een gok wagen: je kunt in God geloven en als hij bestaat win je het eeuwige leven; als hij niet bestaat verlies je niets, want aan de dood ontkom je niet.
Dit argument is (1) niet overtuigend, want je kunt niet op commando in God geloven; (2) het argument is immoreel, want het is niet juist om alleen te kijken naar het nut van je keuze, p.61; (3) waarom zou je je kaarten op God zetten? Er zijn heel erg veel goden en religies. Wie weet, heeft Pascal wel op de verkeerde God gewed en wordt hij nu door Zeus persoonlijk voor eeuwig gestraft!
Wat Pascal echter wel goed over het voetlicht brengt, is dat de keuze voor of tegen God geen uitstel kan verdragen![2]
That last element is the one that is most important to emphasize. As living beings, acting in this world, we all make choices, every day, every moment. We either pray or we do not. We either thank God for our dinner or we do not. We either listen to his moral councils or we do not. We either give sense to life by reference to the religious tradition or we ï¬ nd meaning in life without recourse to the religious dimension. We simply cannot avoid these choices . What we can do, is say that we suspend judgment. But every time that we do not pray, do not give thanks for our dinner, we make a choice. So every human being is a living manifesto of what he or she believes in or not. This isthe ï¬rst dimension of “we have to choose.†It is for this reason that I concluded the section on the history of agnosticism with the question: does the agnostic pray sometimes? Choosing is inevitable and is what we actually do, p.62.
[Als ik nu even mijn eigen terminologie mag gebruiken: een mens is in eerste instantie uit de evolutie tevoorschijn gekomen als een wezen dat ‘ontworpen’ is om te handelen. Wij moeten keuzes maken; ons hele bestaan is een aaneenschakeling van keuzes: we maken tenminste honderden keuzes per dag. De ene keuze is minder belangrijk dan de andere, maar elke handeling is gebaseerd op een keuze. Sommige handelingen kunnen we dan ook nog eens in het bijzonder beschouwen als ‘goede’ of ‘slechte’ handelingen. –De idee dat een dergelijk wezen, dat zich geheel gespecialiseerd heeft in het maken van intelligente keuzes en daar zelfs anatomisch –grote hersenen- voor is aangepast, eigenlijk niet beschikt over het vermogen om te kiezen lijkt mij dan ook tamelijk onwaarschijnlijk.]
Volgens Cliteur is het in de praktijk niet mogelijk om agnost te zijn: je bidt wel of je bidt niet. Hij meent dat de onwetendheid van de agnost niet voorkomt uit een kritische houding, maar gewoon ‘niet kritisch’ is. ‘This is the ignorance of the unexamined life’, p.63. En aan het slot van deze paragraaf laat Cliteur zich op indirecte wijze uitermate negatief uit over het agnosticisme:
As the nineteenth – century lawyer and public intellectual Frederic Harrison writes in his critique of agnosticism: what the religion of the agnostic comes to is “ the belief that there is a sort of something, about which we can know nothing.†Agnosticism is not a religion, nor the shadow of a religion; it is “the mere disembodied spirit of dead religion,†so Harrison writes in criticizing the work of some nineteenth century agnostics who wanted to present agnosticism as a remplaçant for traditional religion.
In de laatste paragraaf over het atheisme verdedigt Cliteur de opvatting dat het atheisme, zoals hij dit gedefinieerd heeft, een positie is die zeer goed -in ieder geval beter dan het theisme en agnosticisme- kan worden verdedigd.Het probleem is echter dat het atheisme zich een slechte naam verworven heeft- met name door de wijze waarop het verdedigd in het verleden: mensen vinden atheïsten arrogant, millitant, enz. Misschien is het daarom verstandig om niet langer te spreken van atheisme, maar van non-theisme. Iets dergelijks, merkt Cliteur op, is al vaker voorgesteld door andere atheïsten. Zo heeft Grayling voorgesteld om het begrip atheisme te vervangen door de term ‘naturalisme’ en Paul Kurtz spreekt liever over het ‘humanisme’.
Hij vat zijn eigen opvatting tenslotte als volgt samen: ‘(…) there is ‘private atheism’ or what I will call ‘non theism’: the view of someone who rejects the theistic worldview and proclaims to do this on good grounds’, p.68.
[1] Misschien herinnert mijn lezer zich dat ook Philipse zich erg veel moeite getroost om aan te tonen dat het agnosticisme geen redelijk alternatief kan zijn voor de weldenkende mens. Waarom maakt de atheïst zich zo druk over het agnosticisme? Het punt is dat het agnosticisme in dezelfde vijver vist als de atheist. De atheïst beroept zich voortdurend op de redelijkheid van de mens en op de inzichten van de moderne wetenschap. Maar redelijkheid en naturalisme zijn ook de ingrediënten waarop het agnosticisme zich beroept: het agnosticisme lijkt zelfs redelijker en objectiever dan het atheisme! –Naar mijn mening lukt het overigens Cliteur noch Philipse om het agnosticisme van zich af te schudden.
[2] Denk hierbij aan de terminologie van William James: een dergelijke vraag is een ‘live option’. Wij zouden zeggen, dit is een brandende kwestie.
Door het tweede stuk voel ik me door het woord agnosticisme weer aangesproken, zoals een ouderling door het Woord.
Daar zijn ook versies van, denk ik, van dat agnosticisme, van de soms wat vrolijker variant a la Agno tot aan de soms wat somberder a la mij.
We denken als mensen soms nominaal (Jan is niet Agno, -of er zijn landrotten en globebevliegers), soms ordinaal (Jan oogt met hoed slimmer dan Agno, -maar hoeveel en waarin weten we niet), soms op intervalniveau (Jan gebruikt minstens twee keer zoveel woorden als Agno, -als je zou gaan tellen, maar zonder woorden kunnen beiden niet) en soms op rationiveau (Jan is net als Agno niet twee keer intelligenter dan de lezer bij intelligentietests, ook niet bij die met een theoretisch absoluut nulpunt.)
Wat is een agnosticus? Filosofen categoriseren heel erg graag (zei de categoriseerder). En ze moeten wel, want definities. Maar alles is niet zo discontinu, als het om mensen en eigenschappen en betekenis met zelfbewustzijn gaat. Het is vooral fluïde.
Met ‘smalle’ en ‘brede’ atheïsten van de besproken boekenschrijver kom ik niet verder, tenzij ik alle intertextualiteit ken en ook in die termen ga ‘denken’. En dan nog niet, mijns inziens.
Nog maar weer een klein protest als dichter in de Staat.
Agnosticisme (de mens is vrij in zijn uiting nietwaar, hoe ‘dom’ of ‘relatief onbelezen’ ook, zolang het niet beledigend en beschadigend is) is voor mij de fundamentele notie: zelfs de allergrootste jongens in de NSB-vakken zoals die vakken vroeger eens heetten, en dat was net na de oorlog, -en dat soort lol was niet alleen pragmatisch, maar werd wel eens te graag zo aangeduid door de alfa’s – weten vooral dat zij niet alles weten en kunnen weten. Eigenlijk te simpel voor woorden. Het is het een én het ander, en dat ook nog in voortdurend wisselende mate, vooral qua ‘gevoel’.
Waarom al die boeken vol? Er is kennelijk een dimensie in ons die dat niet-weten niet accepteert. Soms meer en soms minder. Soms toch een God in de tuin en soms niet. Is dat meteen een laffe niet-kiezende idioot? Nee, geen Zeus (een oppergod) of Jezus (zoon van) of Mohammed (profeet), maar ‘een gevoel’. Aha.
Een agnost is iemand, die er voor zover hij weet en kennis heeft van de allerlaatste stand van de wetenschap, nog steeds geen bevredigende definitiefheden kan ontdekken, zeker in het volle besef van de evolutie en tegelijk de briljantie van de ware wiskundige en natuurkundige en andere intussen uitgewaaierde kennissen van de NSB’ers (maar dan zonder die kwalijke vroegere connotatie!).
Het is met graagte een overtuigde domoor en overtuigde lafbek. Hij weet in elk geval zeker dat er geen simpele ‘morele’ regels (of ontwikkeling daarvan is, en laat de naam van Kohlberg in gesprek nog wel eens vallen, of even vrolijk die van de grote primatenonderzoeker, of de borrel van Midas, of de bewuste ‘diepe’ vragen van Gert, die bewust niet dieper willen zijn, dan ze zijn, en steeds even bewust religie en kerk – voor pragmatisch effect – door elkaar willen halen, voor hem als geboren rationeel debater bloemkool op een gouden bedje.
Ook voor mij zijn soms lessen logica voor de MTS- werktuigbouw’er weer verhelderend: het je verplaatsen in de ander…
Een agnost ziet vooral niets in oorlog over zaken waar we niets met zekerheid over kunnen zeggen, zeker niet zonder persoonlijke detailgeschiedenis van de bewustwording en het bewustzijn. (Mag ik dat nog wel zeggen in ‘waar’ belezen kring?)
Een heel bewuste nitwit dus, hoe hard er ook geredeneerd en geweten wordt buiten hem. In de oorlog niet voorop met geweer en in vrede niet met scherpe neigingen tot overtuigen.
Aldus een stukje gedrag, en verbaal gedrag is ook gedrag, maar tussen al dat gedrag, van iedereen, zit volgens mij een hoop water of bij sommigen bier en aanverwants.
Dus ik ‘geloof’ niet anders dan dat iedereen op zijn minst wel naar ‘rechtvaardige’ superaap zou kunnen verlangen (er op hopen), die bovendien al die kortzichtige ‘antropomorfe’ beelden meteen een kopje kleiner maakt.
Voor Jan bestaat er een soort God, waar ik nog steeds mee uit de voeten kan, en waarmee ik volgens de rechten van de mens en dus mevrouw Atsou-Pier ook wel uit de voeten moet kunnen, ook al kan ik het soms niet.
Leiders, in welke vorm ook, primatenleiders of leiders uit het onbekende voor de primaten: ik hou er niet van en ik vrees ze in hun irrationele onbegrijpelijkheid. Maar ja, we hebben ze nodig voor de teleologie, zelf zonder uiteindelijk doel, dus ze zijn ook even onbestemd als de wetenschap zelf, redeneer ik als boer, survivor van het weer en van de tegenwoordige weerman/weervrouw.
De meisjes wereldwijd in opstand als ‘uitstel van oordeel’ over God (en dat van de ordinaire gorilla), dat lijkt me wel wat als de meest pragmatische oplossing: 2,14 kind voor een status quo… van de wereldpopulatie, en het ook hormonaal door haar begrijpen waarom. Maar ja, eerst nog maar eens zien of Mohammed van de berg af wil en de menselijke maat te vinden is… voor de mannen. (Droom de droom, ook al is het die van Kurtz). (De grote neiging tot ‘fitness’. Opvallend. Droom de droom van solidariteit, zei de misantrope kant van het agnosticisme. Black horses.)
Alles weten, verre van dat….
Een klein protest als dichter in de Staat
-
Het is vooral fluïde.
Waarom al die boeken vol?
Een heel bewuste nitwit
rechtvaardige superaap;
ik als boer, survivor
ordinaire gorilla
Droom de droom
Alles weten, verre van dat….
————————(Vrij naar Theos)
“Dit argument is (1) niet overtuigend, want je kunt niet op commando in God geloven.â€
Dit is een raar argument van Cliteur tegen Pascal, want het (onjuiste) standaardargument van de Nieuwe Atheïsten is nu juist dat gelovigen alleen maar geloven omdat het moet van hun ouders, van de Kerk, etc.
Gerry van List wijdde in Elsevier 24-07 een artikel aan het agnosticisme onder de titel “Bescheiden onwetenden†en verwees naar An Agnostic Manifesto : http://www.slate.com/id/2258484/
Zoals ik TheoS begrijp,
ik moet toch overwegen weer eens een dierentuin te bezoeken, daar hangt mijn verwantschap in de zijtakken van enige bomen.
Behalve de ‘slimmen’ zullen die dan toch zijn toe gekomen aan enige menswording?
Dank voor de attente link, mevrouw Atsou-Pier. Nou, ook aanleiding om een artikel van Russell nog eens te lezen. Voor zover er ‘gevoel’ bij komt kijken, kan ik daar nog steeds geen gaten in ontdekken bij mezelf.
Het viel me nu op dat hij op het gebied van de moraal (only) best voor christian door wou gaan. Daar lijkt ook weinig tegen in te brengen, maar je kunt het ook zien ‘als de geschiedenis’ sec met empathie van de aap of niet. We kunnen geen twee geschiedenissen tegelijk hebben.
We zitten nu midden in een nieuwe volksverhuizing en waardenbepaling volgens mevrouw Dessaur (schrijf ik dat goed, Andreas Burnier was een pseudo, meen ik) die een paar jaar geleden overleed.
Tja, dat is dan wel wat voor een Brabander als Hans Teeuwen. Hoe onrustig je wel niet kunt worden van de ‘tegenstellingen’….