Het (Modale) Logische Godsbewijs.4

Het godsbewijs van Hartshorne heeft, in essentie, de volgende vorm:

(i) Het is M(ogelijk) dat er een perfect wezen bestaat

(ii) Het is N(oodzakelijk) zo dat, als er een perfect wezen bestaat, dat dit perfecte wezen dan N(oodzakelijk) bestaat

(iii) Wezens die N(oodzakelijk) bestaan kunnen niet niet bestaan

(iv) Er bestaat een perfect wezen [in Kronos]

 Algemeen wordt erkend dat Hartshorne de finesse van Anselmusx92 godsbewijs prachtig heeft omgezet in logische volzinnen. Het is dan ook een x91godsbewijsx92 dat met recht x91elegantx92 genoemd mag worden.

Oscar_pistorius_1
De elegantie schuilt in de tweede regel: dit is, in een notedop, de logische vertaling van Anselmus bewijs. Overigens is deze regel gemakkelijker te begrijpen als we hem herschrijven met behulp van een andere operator, namelijk de A(Ltijd):

(iia). Het is A(ltijd) zo dat, als God bestaat, dat God dan A(ltijd) bestaat.

En misschien kan het nxf3g duidelijker, door de operator A(ltijd) een beetje aan te dikken tot A(ltijd)&O(veral):

(iib). Het is A(ltijd)&O(veral) zo dat , als God bestaat, dat God dan A(ltijd)&O(veral) bestaat.

En het spreekt voor zich dat God, als hij altijd en overal bestaat, ook nu in onze wereld, Kronos, moet bestaan. QED.

Deze tweede regel is bijzonder interessant. Er kan lang en breed over worden gesproken. Is het inderdaad altijd en overal zo dat God, als hij bestaat, dat hij dan altijd en overal bestaat? In andere woorden, als God bestaat, is het dan per-sxe9 zo dat God overal en altijd aanwezig is?

Het antwoord is: ja. Want als dat niet het geval is, dan spreken we niet over God. God onderscheidt zich van andere wezens door zijn unieke eigenschappen. En in de x91uniek bepalende beschrijvingx92 van God staat dat hij een perfect wezen is (=Anselmus). En dit is volgens de logicus hetzelfde als zeggen dat God noodzakelijk oftewel altijd&overal bestaat.

Kortom, deze tweede regel van het bewijs is wel opvallend en bijzonder, maar niet onjuist. Ook de derde en de vierde regel zijn niet onjuist. Dit betekent dat de waarheid van het godsbewijs van Hartshorne geheel afhankelijk is van de eerste regel.

In de eerste regel van het bewijs wordt gezegd dat het bestaan van God M(ogelijk) is. Is het mogelijk dat er een wezen bestaat dat in onze ogen perfect is? We hebben het hier al over gehad. Volgens de logicus kan een dergelijk wezen M(ogelijk) bestaan als we uit de eigenschappen die dat wezen heeft geen tegenstelling kunnen afleiden. En het is mogelijk x96let op: ook deze stelling is niet onomstreden!- om het concept God sluitend te definixebren. De logicus kijkt wezenlijk anders naar de werkelijkheid dan de fysicus en heeft geen boodschap aan concrete bewijzen: mogelijk is mogelijk (het is dus wel grappig als je de atheist hoort zeggen dat wie logisch nadenkt weet dat hij geen uitspraken mag aanvaarden waar geen empirisch bewijs voor is: een voorkeur uitspreken voor empirische bewijslast heeft weinig van doen met de logica op zich! De voorkeur van de atheist voor 'harde' wetenschappelijke feiten heeft weinig te maken met logisch nadenken. Het is geen wonder dat Carnap en Ayer de grootste moeite deden om de logica en de empirie tot xe9xe9n geheel aanxe9xe9n te smeden: het is ze uiteindelijk nooit gelukt. Dit prinicipiele verschil tussen logica en empirie verklaart ook waarom Gxf6del het niet zo op de fysica begrepen had.).

Hiermee is de kous niet af. De logici zitten niet stil. Robert Maldoye heeft inmiddels een logisch argument geschreven om te bewijzen dat God inderdaad mogelijk kan bestaan. Voor zover ik zijn argument kan beoordelen is het juist. Hoe interessant ook, ik zal het hier niet bespreken (misschien een andere keer). Maar het is dus mogelijk om ook de eerste stap in Hartshornes' argument logisch te verantwoorden.

Moet de atheist dit godsbewijs nu accepteren? Welnee, want het bewijs is omstreden. Voor theisten is het zondermeer duidelijk dat het bewijs gegrond is, maar de atheist vindt de assumpties te gewaagd en het denkbeeld van een x91perfect wezenx92 niet steekhoudend. Bovendien kan de atheist tot St.Juttemis volhouden dat het concept van God niet sluitend kan worden gedefinieerd. Er bestaat echter geen klip en klare weerlegging van deze godsbewijzen (er bestaan geen formele weerlegging van het godsbewijs). De godsbewijzen mogen dan niet de kracht hebben om iemand op andere gedachten te brengen (maar je moet andere mensen niet willen overtuigen, je moet je beperken tot een degelijke presentatie van je eigen standpunt), de gelovige kan zich wel op deze godsbewijzen beroepen als hij beweert dat het geloof in God niet zonder grond is.

Overigens bestaan er ook logische anti-Godsbewijzen. Persoonlijk vind ik deze anti-bewijzen beslist niet zo kundig en overtuigend als het modale logische godsbewijs, maar: in dit geval zou ik mijzelf niet serieus nemen, ik ben niet neutraal of objectief.

Literatuur (per rubriek gerangschikt van gemakkelijk tot moeilijk):

A-theistisch:

-Poidevin, R. Le, Arguing for Atheism, Routledge, hf.2 (zeer goede inleiding!)

-Everitt, N, The Non-Existence of God, Routledge, hf.3

-Oppy, G, Arguing About Gods, Cambridge, hf. 2

-Grim, P, Some Impossibility Arguments, in: Martin (ed) Cambridge Guide to Atheism, Cambridge

 

B. Theistisch:

-Palmer, M, The Question of God, Routledge, hf.1 (zeer goede inleiding!)

-Nagasawa, Y, The Existence of God, Routledge, hf.1

-Leftow, B, The Ontological Argument, in: Wainwright (ed) Oxford Handbook of Philosophy of Religion, Oxford

-Maydole, R, The Ontological Argument, in: Craig & Moreland (eds), Natural Theology, Blackwell (zeer moeilijk, maar hier is wel het genoemde bewijs van Maydole te vinden).

0 thoughts on “Het (Modale) Logische Godsbewijs.4

  1. Hoi Jan,

    Leuk om jou sinds kort enthousiast bezig te zien met ontologische argumenten voor het bestaan van God. Je noemt zelfs Maydole!

    Zelf reken ik ontologische argumenten voor het bestaan van God op z’n zachts gezegd niet tot de meest sterke argumenten.

    Een eerste nogal voor de hand liggende tegenwerping is bijvoorbeeld de inzet van onderstaand tegenargument, dat ons, tezamen met het ontologisch argument, op het eerste gezicht in een toestand van equipollence brengt.

    1. Het is mogelijk dat God niet bestaat
    2. Als (1), dan is er een mogelijke wereld waarin God niet bestaat
    3. Er is een mogelijke wereld waarin God niet bestaat (uit 1,2)
    4. Als (3), dan bestaat God niet in alle mogelijke werelden
    5. God bestaat niet in alle mogelijke werelden (uit 3,4)
    6. Als (5), dan bestaat God niet in de actuele wereld
    7. God bestaat niet in de actuele wereld (uit 5,6)

    Nu zijn er wel wijsgerige redenen te geven om uiteindelijk toch de voorkeur te geven aan het ontologisch argument boven dit tegenargument. Deze redenen kunnen echter niet voorkomen dat het ontologisch argument veel van haar oorspronkelijke prima facie overtuigingskracht verliest.

    Zelf heb ik meer fiducie in *kosmologische* argumenten voor het bestaan van God, waarop ik mij in mijn promotieonderzoek dan ook volop richt.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  2. GJE dan zijn we het niet met elkaar eens :) . Je argument zou m.i. pas krachtig genoeg zijn als je bewijst dat het noodzakelijk zo is dat God niet bestaat. Immers, God wordt gedefinierrd als een wezen dat noodzakelijk bestaat?

    Bovendien twijfel ik enigszins aan de geldigheid van het argument. Zowel 1 als 5 zijn compatibel met de uitspraak ‘het is mogelijk dat God bestaat’.

    Wel: als het mogelijk is dat God niet bestaat, dan is deze uitspraak bijvoorbeeld waar in W1 en onwaar in W2. Krachtens de onwaarheid in W2, waarin God, een wezen dat noodzakelijkerwijs bestaat, voorkomt, moeten we concluderen dat premisse 1 niet juist is. qed.

    Om het heel kinderachtig te zeggen: God is te vergelijken met een reusachtig opblaasbeest: als hij bestaat, dan wordt hij zo groot dat hij overal is. Om te vermijden dat God zich kan opblazen tot volle omvang, moet je er zeker van zijn dat God in geen enkele wereld voorkomt. Het bewijs voor het niet bestaan van God moet dus bijzonder krachtig zijn. Ik vraag me af of jouw bewijs voldoet aan deze eis. Ik zal er evenwel nog een nachtje over slapen.

  3. Een perfecte god die al dan niet bestaat, maar niet in ons universum is al evenzeer nutteloos. Ook dienaangaand is er geen enkel verschil met Gaunilo. Wat DLT hier stelt is dat we eerst moeten aantonen dat Gaunilo’s eiland – of DLT’s god – bestaat voor we er het bewijs van Anselmus op kunnen loslaten. Daarmee heeft DLT keurig aangetoond dat het bewijs op een cirkelredenering berust.
    Met de vergelijking van de hongerige soldaten laat DLT vervolgens het andere probleem van Anselmus’ godsbewijs zien. Het zal de gelovige feitelijk worst wezen of het godsbewijs geldig is of niet. Hij/zij gelooft toch al en dáárom neemt hij/zij het bewijs aan.
    Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de atheïst en daarmee is het ontologische bewijs een hol vat geworden.

    Uiteraard is de redenering van Hartshorne evenzeer van toepassing op Gaudilo’s eiland en Russell’s theepot als op DLT’s god. DLT denkt dat hij een stap verder is gekomen, maar houdt zichzelf en andere (goed)gelovigen voor de gek.

    Uiteraard beseften slimmere mensen als ik deze problemen al; met name Soren Kierkegaard. Die heeft, blijkbaar itt DLT, deze hele pseudo-intellectuele rimram dan ook niet nodig om te geloven. Evenals mijn wederhelft.

  4. Een perfecte god die al dan niet bestaat, maar niet in ons universum is al evenzeer nutteloos. Ook dienaangaand is er geen enkel verschil met Gaunilo. Wat DLT hier stelt is dat we eerst moeten aantonen dat Gaunilo’s eiland – of DLT’s god – bestaat voor we er het bewijs van Anselmus op kunnen loslaten. Daarmee heeft DLT keurig aangetoond dat het bewijs op een cirkelredenering berust.
    Met de vergelijking van de hongerige soldaten laat DLT vervolgens het andere probleem van Anselmus’ godsbewijs zien. Het zal de gelovige feitelijk worst wezen of het godsbewijs geldig is of niet. Hij/zij gelooft toch al en dxe1xe1rom neemt hij/zij het bewijs aan.
    Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de athexefst en daarmee is het ontologische bewijs een hol vat geworden.

    Uiteraard is de redenering van Hartshorne evenzeer van toepassing op Gaudilo’s eiland en Russell’s theepot als op DLT’s god. DLT denkt dat hij een stap verder is gekomen, maar houdt zichzelf en andere (goed)gelovigen voor de gek.

    Uiteraard beseften slimmere mensen als ik deze problemen al; met name Soren Kierkegaard. Die heeft, blijkbaar itt DLT, deze hele pseudo-intellectuele rimram dan ook niet nodig om te geloven. Evenals mijn wederhelft.

  5. Dus waar dienen al die lange verhalen nu toe? DLT overtuigt zichzelf van wat hij toch al gelooft. Chapeau.

  6. Beste Jan,

    Je spreekt over “mijn” argument. Dat is enigszins verwarrend. Het is namelijk niet zo dat ik het door mij genoemde tegenargument zelf aanhang en verdedig. Ik noemde het slechts om te laten zien dat het ontologisch argument mijns inziens problematisch is.

    Verder zijn (1) en (5) niet compatibel met de uitspraak “Het is mogelijk dat God bestaat”. Immers, uit (1) volgt (5) en uit (5) volgt, uitgaande van de S5 axioma’s, dat God in geen enkele mogelijke wereld bestaat.

    Misschien is het goed de kern van genoemd tegenargument nader toe te lichten. De eerste premise van het tegenargument luidt dat het op z’n minst mogelijk is dat God niet bestaat. Dit betekent dat er tenminste één mogelijke wereld is waarin God niet bestaat. Laten we deze wereld V noemen. Uit het feit dat God in V niet bestaat volgt direct dat God in geen enkele mogelijke wereld kan bestaan. Waarom? Welnu, *als* er een mogelijke wereld is, zeg W, waarin God bestaat, *dan* bestaat God per definitie noodzakelijk in W. Hieruit volgt, uitgaande van de axioma’s van S5, dat God niet alleen in W, maar ook in alle andere mogelijke werelden bestaat. God zou dan dus ook in V bestaan hetgeen in tegenspraak is met het feit dat God in V niet bestaat! Ergo, er is geen mogelijke wereld waarin God bestaat. God bestaat dus in *geen enkele* mogelijke wereld. Anders gezegd, het is noodzakelijk zo dat God niet bestaat, aldus het tegenargument.

    Zelf lijkt het mij overigens niet zo heel lastig om dit tegenargument te weerleggen. Beschouw immers V. Neem aan dat V niet leeg is. Anders gezegd, neem aan dat V één of meerdere objecten bevat. In dat geval kunnen we een kosmologisch argument voor V geven waaruit volgt dat God in V wel degelijk bestaat. De eerste premise van het tegenargument is dus onhoudbaar, maar dit wordt pas duidelijk door inzet van een kosmologisch argument in V! Niet voor niets gaat dan ook mijn voorkeur uit naar kosmologische argumenten voor het bestaan van God.

    En als V leeg is, zul je misschien vragen? Wat dan? Welnu, ik heb ooit eens een argument uitgewerkt voor de stelling dat geen enkele mogelijke wereld leeg kan zijn. De optie dat V leeg is kan, gegeven dit argument, uitgesloten worden.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  7. Beste Jan,

    Je spreekt over “mijn” argument. Dat is enigszins verwarrend. Het is namelijk niet zo dat ik het door mij genoemde tegenargument zelf aanhang en verdedig. Ik noemde het slechts om te laten zien dat het ontologisch argument mijns inziens problematisch is.

    Verder zijn (1) en (5) niet compatibel met de uitspraak “Het is mogelijk dat God bestaat”. Immers, uit (1) volgt (5) en uit (5) volgt, uitgaande van de S5 axioma’s, dat God in geen enkele mogelijke wereld bestaat.

    Misschien is het goed de kern van genoemd tegenargument nader toe te lichten. De eerste premise van het tegenargument luidt dat het op z’n minst mogelijk is dat God niet bestaat. Dit betekent dat er tenminste xe9xe9n mogelijke wereld is waarin God niet bestaat. Laten we deze wereld V noemen. Uit het feit dat God in V niet bestaat volgt direct dat God in geen enkele mogelijke wereld kan bestaan. Waarom? Welnu, *als* er een mogelijke wereld is, zeg W, waarin God bestaat, *dan* bestaat God per definitie noodzakelijk in W. Hieruit volgt, uitgaande van de axioma’s van S5, dat God niet alleen in W, maar ook in alle andere mogelijke werelden bestaat. God zou dan dus ook in V bestaan hetgeen in tegenspraak is met het feit dat God in V niet bestaat! Ergo, er is geen mogelijke wereld waarin God bestaat. God bestaat dus in *geen enkele* mogelijke wereld. Anders gezegd, het is noodzakelijk zo dat God niet bestaat, aldus het tegenargument.

    Zelf lijkt het mij overigens niet zo heel lastig om dit tegenargument te weerleggen. Beschouw immers V. Neem aan dat V niet leeg is. Anders gezegd, neem aan dat V xe9xe9n of meerdere objecten bevat. In dat geval kunnen we een kosmologisch argument voor V geven waaruit volgt dat God in V wel degelijk bestaat. De eerste premise van het tegenargument is dus onhoudbaar, maar dit wordt pas duidelijk door inzet van een kosmologisch argument in V! Niet voor niets gaat dan ook mijn voorkeur uit naar kosmologische argumenten voor het bestaan van God.

    En als V leeg is, zul je misschien vragen? Wat dan? Welnu, ik heb ooit eens een argument uitgewerkt voor de stelling dat geen enkele mogelijke wereld leeg kan zijn. De optie dat V leeg is kan, gegeven dit argument, uitgesloten worden.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  8. GJE, je hebt helemaal gelijk. Het argument is geldig en ook je analyse dat het hier een volledig ‘gelijkspel’ betreft is juist.

    Punt is wel dat als je het zo presenteert als jij doet, dit voor de gelovige geen probleem is: in feite is er geen sprake van een weerlegging (het is een ‘parodie’). Je kunt eenvoudigweg de eerste assumptie vrij kiezen. Dit is een vorm van fideisme (tenzij je over andere redenen beschikt om de ene aanname te verkiezen boven de andere).

    Als je de beide assumpties in een argument onderbrengt (dat is ook mogelijk), dan leidt dit er toe dat er in tenminste 1 wereld een contradictie voorkomt: er is dan sprake van een God die wel en niet bestaat.

    Je zou dit natuurlijk kunnen repareren door wat te sleutelen aan de toegangsrelaties. Slimme logici kunnen daar een heel eind mee komen. Maar enigszins gekunsteld is dat wel.

    Ik heb wat verwijzingen naar je blog op mijn weblog gezet omdat ik het mooie filosofische stukjes over dit onderwerp vind. En mooie filosofie wil ik de bezoekers van mijn blog niet onthouden :) .

  9. Hoi Jan,

    Leuk dat je die twee stukjes op mijn weblog kunt waarderen. En bedankt voor het plaatsen van beide verwijzingen.

    Jouw suggestie om beide assumpties in één argument op te nemen is creatief. Dát is wat de wijsgerige attitude kenmerkt: dwars willen en kunnen denken om zo tot verrassende nieuwe perspectieven te komen!

    Nu is het natuurlijk zo dat de standaard modale logica tegenspraken van de vorm [p en niet-p] uitsluit. Je kunt daarom alléén beide assumpties in één logisch argument onderbrengen indien je uitgaat van een niet-standaard modale logica, bijvoorbeeld één van de in de literatuur ontwikkelde paraconsistente logica’s.

    Echter, dit soort niet-standaard logica’s leiden in de regel helaas tot allerlei, mijns inziens onoverkomelijke, wijsgerige problemen.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  10. Hoi Jan,

    Leuk dat je die twee stukjes op mijn weblog kunt waarderen. En bedankt voor het plaatsen van beide verwijzingen.

    Jouw suggestie om beide assumpties in xe9xe9n argument op te nemen is creatief. Dxe1t is wat de wijsgerige attitude kenmerkt: dwars willen en kunnen denken om zo tot verrassende nieuwe perspectieven te komen!

    Nu is het natuurlijk zo dat de standaard modale logica tegenspraken van de vorm [p en niet-p] uitsluit. Je kunt daarom allxe9xe9n beide assumpties in xe9xe9n logisch argument onderbrengen indien je uitgaat van een niet-standaard modale logica, bijvoorbeeld xe9xe9n van de in de literatuur ontwikkelde paraconsistente logica’s.

    Echter, dit soort niet-standaard logica’s leiden in de regel helaas tot allerlei, mijns inziens onoverkomelijke, wijsgerige problemen.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  11. GJE Rutten, tot mijn schaamte moet ik toegeven dat ik een Meinongiaan ben :) . Inderdaad geloof ik dat tegenstellingen echt bestaan (nou ja, ik geloof dat ze ‘waar’ zijn).

    Als mijn weblog blijft bestaan, dan zal ik een blijvende verwijzing naar je ‘wijsgerige reflecties’ plaatsen. Ik zag dat Taede dat ook al gedaan heeft. Ik vermoed dat jouw weblog het dichtst in de buurt komt van het ideaal ‘prosblogion’!

    Het lijkt mij wel een goed idee -iets om over na te denken- om in de toekomst een gezamenlijk weblog op te zetten naar het voorbeeld van prosblogion. Misschien onder de vlag van de Nederlandse Vereniging voor Godsdienstwijsbegeerte?

  12. Hoi Jan,

    Leuk idee, daar moeten we het zeker eens een keer over hebben. Is er een website van genoemde vereniging? Zo ja, kun je daarvan een linkje plaatsen of emailen?

    Op prosblogion staan overigens vooral analytisch-wijsgerige bijdragen. Mijn weblog en website (www.gjerutten.nl) bevatten echter, naast typisch analytische stukjes, ook continentaal georiënteerde stukjes over bijvoorbeeld Heidegger, Kierkegaard en Bataille.

    Ik blijf jouw blog met plezier volgen, Jan!

    Groet,
    G.J.E. Rutten

  13. Hoi Jan,

    Leuk idee, daar moeten we het zeker eens een keer over hebben. Is er een website van genoemde vereniging? Zo ja, kun je daarvan een linkje plaatsen of emailen?

    Op prosblogion staan overigens vooral analytisch-wijsgerige bijdragen. Mijn weblog en website (www.gjerutten.nl) bevatten echter, naast typisch analytische stukjes, ook continentaal georixebnteerde stukjes over bijvoorbeeld Heidegger, Kierkegaard en Bataille.

    Ik blijf jouw blog met plezier volgen, Jan!

    Groet,
    G.J.E. Rutten

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>