(Aangepast 27/07). Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen, schreef een populair wetenschappelijk boek dat zich laat lezen als een roman. Om dat effect te bereiken maakt Lamme handig gebruik van de grote kennis over het menselijke brein die hij en zijn vakgenoten inmiddels verzameld hebben. Hierbij mankeert het Lamme niet aan gevoel voor drama. Zo voert hij in het eerste hoofdstuk de Canadese moordenaar Kenneth Parks ten tonele die, zonder dat hij zich dit bewust is, zijn schoonmoeder (en schoonvader) met een mes heeft aangevallen. Parks was gedurende de gehele episode, vanaf het ogenblik dat hij naar het huis van zijn schoonouders reed tot het ogenblik waarop hij hen aanviel, niet bij vol bewustzijn: hij was aan het slaapwandelen. Omdat Lamme klaarblijkelijk wil dat wij goed begrijpen hoe vreemd de geschiedenis van de slaapwandelende moordenaar is schuwt hij zelfs het gebruik van het eerste persoons perspectief niet.
Het boek is echter niet te karakteriseren als (alleen) een opsomming van mensen met vreemde ziekten. Het boek is in de eerste plaats de uitwerking van een goed doordacht betoog. Professor Lamme wil ons er van overtuigen dat het menselijk brein niet bestuurd wordt door een zelf. En alle ‘bizarre’ voorbeelden die hij aanvoert dienen als bewijs voor deze stelling. Alle effecten waar Lamme zich van bedient zijn functioneel. Zoals men kan leren op een cursus wetenschapsjournalistiek is het verstandig om grote vragen begrijpelijk te maken aan de hand van een persoonlijke geschiedenis. Sommige auteurs gebruiken dit beginsel niet altijd even handig, maar Lamme verheft het tot een kunst op zich.
Alhoewel dit boek door een wetenschapper is geschreven (en niet door een filosoof) die zich trouw kwijt van de plicht om alle uitspraken te voorzien van bewijsmateriaal, is het boek als geheel toch te beschouwen als een betoog en niet als een resumé van de huidige stand van de neurowetenschappen. Anders gezegd: niet alle collega’s van Lamme zullen zijn conclusies onderschrijven. Dit wil echter niet zeggen dat de conclusies van Lamme onjuist zijn: het betoog van Lamme is, gegeven het bewijsmateriaal, coherent.
Het betoog bestaat feitelijk uit twee delen. In de eerste hoofdstukken geeft Lamme antwoord op de vraag of een mens een ‘ik’ (een ‘zelf’ die beslissingen neemt bij vol bewustzijn) nodig heeft om het lichaam te besturen of is het brein in staat om geheel zelfstandig te opereren? Een mens dat slechts een brein nodigt heeft en geen ‘zelf’ wordt een zombie genoemd. Lamme voert het ene voorbeeld na het andere aan waaruit blijkt dat een mens inderdaad een zombie is. Het zwaartepunt van zijn betoog is het hierboven genoemde voorbeeld van de slaapwandelende moordenaar, Kenneth Parks. Voor zover het wetenschappelijk onderzoek ons in staat stelt conclusies te trekken –honderd procent zekerheid bestaat niet- lijkt het antwoord onontkoombaar: het brein heeft geen zelf nodig. Wij zijn niet veel meer dan overbodige ballast. Onze invloed, onze wilskracht, doet zich niet meetbaar gelden. Lamme meent zelfs dat onderzoek uitwijst dat ons brein meer weet over ons gedrag en onze beweegredenen dan wij er zelf over kunnen zeggen! In de toekomst kan de neurowetenschapper beter onmiddellijk metingen verrichten aan het brein in plaats van de proefpersoon vragen te stellen.
Ons brein bestaat uit verschillende mechaniekjes die zo samenwerken dat ze adequaat gedrag produceren. Lamme illustreert dit door ons eerst een kijkje te gunnen in het brein van een kikker (p.102). Het brein van een kikker bestaat uit twee mechaniekjes. Een mechaniekje zegt dat de kikker in de nabijheid van een prooi moet komen (het prooi-mechaniekje). Een ander mechaniekje zegt dat de kikker obstakels moet vermijden (het obstakel-mechaniekje). Als er nu een obstakel tussen de prooi en de kikker zit, kan de kikker niet in de nabijheid van de prooi komen. In dat geval zal het obstakel-mechaniekje tegen de kikker zeggen dat hij eerst het obstakel moet vermijden. En pas daarna, als eerst het obstakel is vermeden, kan het prooi-mechaniekje weer gestimuleerd worden. Maar op ons maakt dit een zeer intelligente en doordachte indruk. De kikker lijkt doelbewust om het obstakel heen te lopen om zijn prooi te kunnen grijpen. Ten onrechte: het ‘ intelligente’ gedrag berust op de automatische stimulus-respons reactie van twee mechaniekjes.
Ditzelfde verhaal gaat ook op voor de mens. Ons gedrag lijkt intelligent en doordacht, maar dit is schijn: het is in feite terug te voeren op een aantal mechaniekjes. Gelukkig beschikken wij wel over méér mechaniekjes dan de kikker (p.110ff). Zo wordt een visuele stimulus door het gehele brein geleid om het te testen op mogelijke reacties, strijdigheden, op kleur en vorm, plaats, grootte, emoties enz (p.131) [zie ook: p.216ff].
Lamme schrijft:
Een stimulus (…) ontsnapt aan je bewustzijn, maar intussen fietst de informatie die in de stimulus zit het hele brein door. Jij weet van niks, maar je brein weet wat er te zien is, welke kleuren, welke vormen, wiens gezicht en welke emotie daarop af te lezen is. (…) En al deze onbewuste informatie beinvloedt vervolgens de keuzes die je maakt over dingen waar je je wel bewust van bent. Vind je iets mooi of lelijk, rijd je wel of niet door oranje; je denkt dat je vrij beslist, maar schijn bedriegt. (p.131)
Deze boodschap is ons niet aangenaam: wij hebben namelijk zeer sterk het gevoel dat wij wél degelijk de controle hebben over ons lichaam. Een mogelijke uitweg om deze spanning tussen de wetenschappelijke bevindingen en de persoonlijke bevinding te verminderen is door de waarde van deze experimenten te bagatelliseren. Het staat ons, leken, echter niet vrij om de waarde van de experimenten in twijfel te trekken. We mogen wel zelf experimenteel aantonen dat Lamme ongelijk heeft. Ik zou echter niet weten hoe ik dat moet doen. Het is op z’n zachtst gezegd nogal hooghartig om te geloven dat je het eigenlijk beter weet dan de expert op het vakgebied.
Aan de andere kant hebben de wetenschappelijke bevindingen wél betrekking op ons zelf. Dit verleent ons tóch een zekere expertise. En onze expertise staat haaks op de wetenschappelijke bevindingen. Victor Lamme begrijpt uiteraard dat zijn boodschap haaks staat op de wijze waarop wij de werkelijkheid ervaren. Hij besteedt daarom het tweede deel van zijn betoog aan het beantwoorden van de vraag waarom wij valselijk geloven dat ons ‘ik’ er wel toe doet. Zijn betoog komt er op neer dat de expertise die wij menen te bezitten onjuist is. Dit tweede deel wordt niet onderbouwd door experimenten. De laatste hoofdstukken van het boek zijn in die zin minder 'wetenschappelijk' en meer 'psychologisch' of zelfs 'wijsgerig'.
De verklaring die Lamme geeft is dat onze hersenen zichzelf wijsmaken dat er een 'ik' in ons brein zit dat de baas is over het gedrag van het lichaam. Volgens Lamme bestaat het brein uit twee verschillende functionele delen: de linker en de rechterhersenhelft. De linkerhersenhelft zorgt er voor dat wij allerlei grote verbanden zien. We verzinnen zo veel mogelijk verklaringen. Deze verklaringen zijn lang niet altijd juist, maar beter onjuiste verklaringen dan geen verklaringen. Dat wij over een 'ik' beschikken is een voorbeeld van een verklaring die wel nuttig is maar niet juist. Als we veronderstellen dat mensen een 'ik' hebben kunnen we hun gedrag beter begrijpen. Wij postuleren dat een ander mens een ‘ik’ heeft en dat dit ‘ik’ allerlei dingen wil. Als we zien dat iemand naar de koelkast loopt dan denken we ‘hij loopt naar de koelkast omdat hij honger heeft en iets wil eten’; als we zien dat iemand aardig is tegen zijn baas dan denken we dat hij dat doet om een wit voetje te halen; als een meisje haar haren veelvuldig naar achteren strijkt dan denken we dat ze de aandacht wil trekken van de die brede jonge man die schuin voor haar zit. Wat we eigenlijk zouden moeten denken is: mechaniekje a en b stimuleren mechaniekje c en dus reageert mechaniekje d en de impuls die dat oplevert zorgt er voor dat mechaniekje e de overhand krijgt. Een dergelijke wetenschappelijke causale theorie is echter veel te ingewikkeld. Veronderstellen dat andere mensen een 'ik' hebben werkt net zo goed en is ook nog eens sneller. We noemen dit een ‘Theory of Mind’ (ToM). Als we eenmaal over een ToM beschikken dan kunnen we die ook toepassen op onszelf. Op deze manier ontwerp je een vals beeld van je zelf (te vergelijken met een computerprogrammeur die een besturingssysteem ‘op’ de machine code schrijft: in werkelijkheid heeft de machine geen weet van al die prachtige icoontjes die jij gebruikt).(p.213)
En hoe komt het dan dat onze ToM zo vaak juist blijkt te zijn? Je zou ook kunnen zeggen zeggen dat onze ToM wel waar moet zijn anders zouden we er niets aan hebben. Maar Lamme denkt dat er een nog eenvoudiger verklaring is: mensen zijn gewoon erg voorspelbaar. Het komt maar een enkele keer voor dat we onszelf verrassen. Alleen in uitzonderlijke situaties blijken we ons anders te gedragen dan we van onszelf verwacht hadden (p. 217ff). Kortom, de ToM is onjuist en de verklarende kracht er van is schijn.
Nu is het zo dat de experimenten aantonen dat we gewone dagelijkse handelingen kunnen verrichten door te vertrouwen op de automatische piloot. Maar is het niet zo dat we in ieder geval zelf de beslissingen nemen die er toe doen? Zou het niet zo kunnen zijn dat vrije wil belangrijk is wanneer routine niet volstaat? Dit is een bezwaar dat niet experimenteel weerlegd of bevestigd is (‘vrije wil’ is per definitie moeilijk te operationaliseren). Hoeveel ‘vrije wil’ heeft iemand nodig om te beseffen dat een bepaalde wetenschappelijke uitvinding belangrijk is? Kunnen zombies wetenschappelijke arbeid verrichten? Ook moeten we niet vergeten dat het nog wel enige honderden jaren kan duren voordat we begrijpen hoe de hersenen werken (het aantal zenuwen is zo groot als het aantal bomen in het amazone gebied en het aantal verbindingen is zo groot als alle zandkorrels op alle stranden van de wereld). Wellicht baseert Lamme zijn betoog op inzicht dat verre van voltooid is (alhoewel Lamme zelf de toekomst van het hersenonderzoek beschouwt als het invullen van de contouren die we nu reeds kennen: verrassingen zijn volgens hem uitgesloten. -Op welk experiment zou hij deze conclusie baseren?).
Victor Lamme heeft dan ook niet zo heel veel te zeggen over belangrijke beslissingen. Aan de hand van een (1) belangrijke beslissing die Churchill ooit moest nemen betoogt hij dat ook zwaarwegende beslissingen feitelijk door het brein worden genomen en niet door het 'ik'. ‘Was de keuze van Winston Churchill op 3 juli ook een kwestie van de balans tussen stimulus-responskoppelingen?’ (p.226). Het antwoord is 'ja'. De belangrijke beslissing van Churchill werd min of meer door het brein genomen zonder dat Chruchills 'zelf' enige bijzondere zeggenschap had. Uiteraard dacht Churchill hier anders over. In zijn memoires verklaart hij hoe hij tot zijn belangrijke besluit is gekomen. Maar zonder verder bewijs voert Lamme aan dat de verklaring die Churchill zelf geeft voor zijn beslissing onjuist is; Churchill ‘kwebbelt’ slechts als hij zelf moet duiden waarom hij de bewuste zeer belangrijke beslissing nam. Dit is niet het sterkste hoofdstuk uit het boek.
Kortom, het betoog wordt tenslotte nogal speculatief. Dit neemt niet weg dat het betoog misschien juist is. Maar vooralsnog hoeft iemand het betoog als geheel niet te accepteren. Men kan zich op het standpunt van de zuinige wetenschapper stellen en zeggen dat we beslist veel meer onderzoek moeten doen voordat we iets zinnigs over de vrije wil kunnen zeggen. De neurowetenschap heeft wel vrij overtuigend aangetoond dat het brein zelfstandig kán acteren (eerste deel van het boek, pakweg hf. 1 t/m 4); maar hier volgt niet uit dat het brein louter zelfstandig acteert.
Het betoog van Victor Lamme is een volledig betoog. Hier en daar moet hij echter een en ander aan elkaar ‘filosoferen’. We zouden hem er nu van kunnen beschuldigen dat hij in zijn eigen valkuil valt: Lamme stelt dat de linkerhersenhelft naar mooie verklaringen zoekt, ongeacht of deze verklaringen deugdelijk zijn. Deze linkerhersenhelft is geen ‘wetenschapper’, maar een ‘kwebbeldoos’ (p.197). Een wetenschapper die zichzelf opscheept met een dergelijk ‘ken-mechanisme’ (een kwebbeldoos) zou daarom dubbel gewaarschuwd moeten zijn en een zuinige houding ten aanzien van de beschikbare data moeten aannemen. Als geheel is misschien het betoog van Lamme het werk van de kwebbeldoos die graag een mooi betoog in elkaar draait ongeacht de vraag of er voor elke stap in het betoog voldoende bewijs is.
Ik heb ook kritiek op de inductieve redenering van Lamme als het gaat om de werking van ons brein: uit het feit dat we tot nu toe hebben kunnen vaststellen dat ons gedrag voor een groot deel op ‘mechaniekjes’ berust, volgt niet dat al het gedrag op ‘mechaniekjes’ (stimulus-respons reacties) berust. Het brein van de mens bestaat voor een belangrijk deel uit neo-cortexicaal weefsel met een vrij unieke plastische structuur. Het is weefsel met een zogenaamde ‘random-acces’ bouw. Dit random-acces weefsel maakt het mogelijk om informatie op zeer ingewikkelde wijze (verfrommeld en verstrooid) op te slaan. Dit verschil maakt het in beginsel moeilijk om het brein van mensen te vergelijken met dat van dieren en computers (Lynch & Granger, Big Brain, Palgrave, 2006). De meeste studies die zijn verricht maken gebruik van verstoord gedrag waar laesies aan ten grondslag liggen. We hebben echter nog geen studie verricht naar normale mentale acts (zeg maar: het echte denken) en gedrag. We weten eenvoudigweg nog niet of het brein inderdaad normaal kan functioneren zonder een 'persoon'.
De vraag naar de functie van ons bewustzijn wordt door Lamme niet beantwoordt. Of, beter gezegd, hij meent dat het ik, omdat we niet weten welke functie het kan hebben, in beginsel overbodig is. Het is de vraag of je deze sterke conclusie mag trekken (deze conclusie is natuurlijk niet nieuw: de filosoof Dennett heeft een soortgelijke theorie ontwikkeld waarvan je elementen terug vindt in het betoog van Lamme). Hoe dan ook, in het boek van Lamme komen een aantal artsen voor die allemaal hebben geconcludeerd dat een bepaald onderdeel van het brein nergens toe dient en dus wel kan worden verwijderd of doorgesneden (zoals het vreselijke hoofdstuk waarin de geschiedenis wordt verteld van de arts die te pas en te onpas het voorbrein van patienten vernietigde. Achteraf blijken deze artsen ongelijk te hebben. Zou de natuur ons hebben opgezadeld met een 'ik' dat nergens toe dient? Hoe weet Lamme nu zeker dat het bewustzijn geen functie heeft? (Het is overigens wel mogelijk om een evolutionaire functie voor het bewuste 'ik' te verzinnen: een 'ik' wil overleven, het wil zichzelf sparen; een wezen met een 'ik' zal misschien waakzamer zijn dan een wezen zonder 'zelf'. -Een suggestie, voor wat het waard is…)
Dan mijn belangrijkste bezwaar. Om ons adequaat te kunnen gedragen moeten we logisch denken: we kunnen maar een volledige lichamelijke handeling per keer uitvoeren. Je kunt iemand een zoen geven of niet (alleen Clinton kon marihuana roken zonder te roken en met Lewinsky zoenen zonder te zoenen) en je kunt tien meter naar rechts lopen of niet. De hersensystemen die ons gedrag reguleren moeten daarom onderworpen worden aan de wetten van de logica en deze wetten moeten gelden voor het lichaam als geheel. Zoals een peloton in zijn geheel onderworpen is aan de commando’s van de sergeant- soldaten die niet gehoorzaam zijn worden verwijderd. Wij onderwerpen ons gehele zienswijze daarom aan de discipline van de logica. Deze regels gelden voor het gehele brein, niet alleen voor de rechter of de linker helft. Als we dus de werkelijkheid reconstrueren (de kwebbeldoos gebruiken) dan doen we dat niet voor de aardigheid, maar om wereld en gedrag naadloos aan elkaar te smeden zodat we ons in deze logische reconstructie van de werkelijkheid adequaat en intelligent kunnen gedragen (Victor Lamme meent dat wij verklaringen bedenken omdat dit psychologisch ‘prettig’ is en veilig). Ook onze wetenschappelijke theorieën zijn een dergelijke logische reconstructie. Er zijn nu echter filosofen die beweren dat ons bewustzijn zich aan een dergelijke logische reconstructie onttrekt (zie: Colin McGinn, The Mysterious Flame, Basic Books). Deze optie kan serieus genomen worden omdat hersenonderzoek uitwijst dat wij valselijk (door de bouw van ons brein) menen dat de werkelijkheid een logische bouw heeft: de werkelijkheid zelf heeft echter geen logische bouw. Het is dus theoretisch mogelijk dat bepaalde fenomenen -zoals bewustzijn- veel ingewikkelder zijn dan ons brein kan bevatten en zich niet lenen voor coherente beschrijving. (Wie deze optie verdedigt, namelijk dat het bewustzijn een 'echt' mysterie is dat niet door wetenschappers kan worden bestudeerd, mag zich zelf tooien met de geuzennaam: 'new mysterian'.)
Slotsom: het boek van Lamme is fenomenaal. Ik heb het boek in een dag uitgelezen. Het is spannender dan fictie. Het heeft me uit de slaap gehouden, aan het denken gezet en ik heb verschillende passages dwangmatig twee tot drie maal toe gelezen. Ik ben echter een van die mensen die Victor Lammes conclusie eenvoudigweg niet kan accepteren: de boodschap wordt goed begrepen, maar vervolgens ‘past’ het nieuwe inzicht domweg niet in mijn wereldbeeld. Ik geloof niet dat Lamme gelijk heeft (lees: ik hoop dat hij niet gelijk heeft). Maar desgevraagd kan ik tegenover alle bewijsstukken die hij kan overleggen alleen maar een paar wijsgerige argumenten stellen.
Stan Verdult en Bert Keizer slaan hard terug:
http://spinoza.blogse.nl/log/victor-lamme-brain-interpreter-door-hemzelf-vertaald-als-kwebbeldoos.html
http://spinoza.blogse.nl/log/breinen-besluiten-niet-en-al-bestaat-de-vrije-wil-niet-wij-nemen-wel-besluiten.html
Ter aanvulling:
http://spinoza.blogse.nl/log/bewustzijn-geeft-mogelijkheid-om-onze-belangen-beter-en-vrij-te-behartigen.html
Wat moeten we nou met een boek dat niet eens uit vrije wil is geschreven?
O Lucas, ik kan soms zo genieten van je scherpe opmerkingen!
@Trouwe lezeres (ben jij het Loes?)
Ja, ik probeer mijn onvermogen soms te maskeren met een flauwe grap. Het gaat eigenlijk vanzelf. Ik zou bijna zeggen dat het niet uit vrije wil is…
Het aardige is dat ik die Lamme Goedzak al een tijdje op mijn boekenverlanglijstje heb staan.
Je komt zijn naam vanzelf tegen als je wat gaat lezen van William James. Als toegewijd leerling van deze LT’s James-volksuniversiteit ben ik daar de laatste tijd flink mee aan het worstelen.
Als ik het pragmatisme van James goed heb begrepen moet je je bij netelige discussies afvragen of het enig verschil maakt. Als het voor je leven geen betekenis heeft, is het niet de moeite de discussie over zo’n onderwerp voort te zetten. Zo staat het er meestal.
Maar ik draai het liever om. Als het wél uitmaakt, is het onderwerp het bediscussiëren dus wel degelijk waard. Neem nu het geval van de vrije wil.
Stel, trouwe lezeres, dat een man zegt dat hij van u houdt. Zou het u dan uitmaken of hij dat uit vrije wil zegt, of niet? Ik denk dat u ja zult zeggen. En vraag 2 is dan uiteraard ‘waarom maakt u dat wat uit?’ U wilt graag dat er iemand uit vrije wil van u houdt omdat dat betekenis geeft aan die liefde. Zegt die vent zomaar wat op commando, dat raakt dat u …minder.
Het woord zombie viel ergens. Je ziet ze weleens opgevoerd in van die enge films. Moordmachines zonder geweten.
Kunnen wij een zombie om zijn daden veroordelen?
Lucas Blijdschap zegt: “Kunnen wij een zombie om zijn daden veroordelen?â€
Hier raakt hij de kern van het probleem. Neurowetenschappers als Lamme en Swaab maken met hun uitspraken als: “de mens heeft geen hersenen maar is hersenen†of “geest en brein zijn identiekâ€, een karikatuur van de mens. Deze neurowetenschappers kunnen goed meten maar ze hebben inmiddels voldoende bewezen dat ze gezakt zijn voor het onderwerp “interpretatie van meetgegevensâ€. Het is goed dat mensen als Stan Verdult, Bert Keizer en professor Herman Kolk aan de weg blijven timmeren om aan te tonen dat de interpretaties van de metingen door neurowetenschappers als Lamme en Swaab simplistisch zijn. En als het een onschuldig onderwerp was, hoefden we ons daar helemaal niet druk om te maken. Maar het is geen onschuldig onderwerp. Als dit soort ideeën breed ingang krijgt in de maatschappij zijn de rampen, volgens mij, niet te overzien. Moet de rechter bij rechtszaken nu overgaan tot een soort collectieve ontoerekeningsvatbaarheid? Immers het brein besloot over te gaan tot zinloos geweld, de persoon zelf kon daar niets aan doen. Het bestrijden van verslavingen zal, als deze (waan)ideeën breed ingang vinden, veel moeilijker worden. Trainingsprogramma’s in de gezondheidszorg zoals motiverende gespreksvoering om te trachten het bewustzijn zodanig te versterken dat het brein de opdracht krijgt om bv bij obesitas niet meer direkt toe te geven aan de impuls “het brein ziet eten dus er moet gegeten wordenâ€, komen dan, volledig ten onrechte, onder vuur te liggen, vrees ik. Kijk als iemand bewust kiest voor bv een rookverslaving omdat hij/zij (alles afwegende) een leven met rookverslaving prettiger vindt dan een leven zonder rookverslaving, heb ik daar geen moeite mee (als de omgeving er maar niet te veel last van heeft). Wel heb ik er moeite mee als we de kant op gaan van: een rookverslaving is genetisch bepaald en het brein beslist dus je kunt er toch niets aan doen. Dan is het hek van de dam. Natuurlijk is het heel moeilijk om van een verslaving af te komen, maar het is vaak wel mogelijk. Brede acceptatie van de (waan)ideeën van Lamme, Swaab c.s. zal de bestrijding van verslavingen, volgens mij, moeilijker maken.
Maar ach, misschien zie ik het helemaal verkeerd en maak ik me druk om niets.
Met de zinsnede van Lucas ‘kunnen we een zombie om zijn daden veroordelen’ grijpt hij bovendien mooi terug op het beschreven geval van de man die onwetende zijn schoonmoeder-s zou hebben vermoord. (Blijkbaar hadden zijn hersenen iets tegen schoonmoeders) Was daar een neuroloog bij? Een heel dubieus geval dus, want door te verklaren dat de man slaapwandelde terwijl (zijn hersenen tot dat vreselijk besluit kwamen) kon hij wellicht rekenen op forse strafvermindering. Dergelijke ‘trucjes’ worden veel gebruikt, de psychopaat die deed wat “stemmen” hem zeiden enz.
Niet lang geleden noemde we dat wat we nu hersenen noemen doodgewoon het onderbewustzijn. Hersenen registreren besluiten. Een ander vraag is tevens wat de psychologie nog voor rol speelt binnen de neurologie?
Trekken wij de redenering van Victor Lamme even door, dan moet, aangezien hij geen enkele vorm van vrije wil kent, het schrijven van zijn boek al zijn vastgelegd tijdens de Big Bang : het is òf nature, òf nurture, of een mengsel van beide. Dat lijkt mij absurd.
En het is toch zo simpel : Victor Lamme reduceert wat niet te reduceren is zonder in conceptuele verwarring te geraken, ongeacht welk wereldbeeld men hanteert. Ik citeer Stan Verdult die Victor Lamme citeert : “dat brein dat zijn wijzelf†(reductie van het “ik†naar brein), en “brein en geest zijn identiek†(reductie van geest naar brein). Waarbij ik aanneem dat Lamme met brein hersenen bedoelt.
Atheïst Bert Keizer (en idem Herman Philipse) wees al eens eerder op de conceptuele verwarring die ontstaat bij te ver door reduceren. Dat deed hij opnieuw in zijn column in Trouw 10-07-10 “Belachelijk om een golflijntje op te vatten als ‘besluit’†die helaas niet leesbaar is op internet, behalve voor abonnees. Hij eindigt als volgt : “Waar ik op hamer, is het primaat van het menselijk gedrag. Wij slagen er al miljoenen jaren in elkaars geestelijke inhoud in te schatten zonder dat we ooit van neuronen, scans of EEG’s gehoord hadden.†Dat primaat van het menselijk gedrag, dat heb ik helaas niet begrepen. Ik zou eerder zeggen : het primaat moet bij het “ik†liggen, of bij het denken, in plaats van bij de neuronen die op een lager niveau dan dat van de mens als geheel iets doen.
Beste Lucas
Nee, ik ben Loes niet (helaas?
), maar word wel graag getutoyeerd.
[Stel, trouwe lezeres, dat een man zegt dat hij van u houdt. Zou het u dan uitmaken of hij dat uit vrije wil zegt, of niet? Ik denk dat u ja zult zeggen. En vraag 2 is dan uiteraard ‘waarom maakt u dat wat uit?’ U wilt graag dat er iemand uit vrije wil van u houdt omdat dat betekenis geeft aan die liefde. Zegt die vent zomaar wat op commando, dat raakt dat u ...minder.]
Lucas, wat de liefde betreft; als mannen mij zien, vallen ze direct als een blok voor mij!
Dus niks geen vrije wil!
Maar alle gekheid op een stokje: volgens mij houden mensen van elkaar omdat ze op dat moment gewoon niet anders kunnen! Of ze het nu zeggen of niet
.
Anders ‘doen’ ze het gewoon niet. Wie kan uit vrije wil beslissen om iemand lief te hebben of desnoods te haten? (haten; is dat geen ‘omgekeerde’ (diep gekwetste) liefde?)
Vrije wil en liefhebben, vrije wil en haten; hoe valt dat te combineren? Liefhebben en haten; het gebeurt gewoon. Of het gebeurt niet.
Volgens mij is het net zo min mogelijk om een ander uit vrije wil lief te hebben (te haten) dan dat het mogelijk is om gedwongen (te worden) een ander lief te hebben (te haten).
[Moordmachines zonder geweten. Kunnen wij een zombie om zijn daden veroordelen?] Inderdaad; als hij iets anders kon doen dan die moorden plegen, dan deed hij dat wel. Dan deed hij namelijk iets anders. Ik voel er dan ook meer voor om gewoon te zorgen dat hij het niet weer kan doen dan om hem te veroordelen.
Hoe kan iemand uit vrije wil zijn ervaringen, zijn gevoelens, emoties of afwezigheid daarvan kiezen? Is elk mens niet een ‘opeenstapeling’ van zijn ervaringen, gevoelens, emoties en zijn eigen reactie daar op? Als je er in vrijheid voor zou kunnen kiezen, zouden ze dan niet op elk moment inwisselbaar moeten zijn?
Trouwe lezeres,
Tja, misschien heb je wel helemaal gelijk. De liefde was in dit geval inderdaad een ongelukkig voorbeeld, dat zal wel voornamelijk biologisch zijn.
Maar dan toch nog even deze:
Je zegt: [Ik voel er dan ook meer voor om gewoon te zorgen dat hij het niet weer kan doen dan om hem te veroordelen.]
Je wilt dus iets regelen om de norm te bewaken (de zombie doden, of opsluiten, of herprogrammeren).
Maar hoe stel je die norm?
[ Professor Lamme wil ons er van overtuigen dat het menselijk brein niet bestuurd wordt door een zelf. ]
Het is opvallend hoeveel stof dergelijke uitspraken aan deze kant van de aardbol altijd weer doen opwaaien. Het zal misschien een erfenis van het oude Griekse gedachtegoed zijn, aangezien de het bestaan van een ik met autonomie nergens zoveel onbetwiste geloofwaardigheid heeft als in het Westen. Zo schreef DLT op 17 april nog:
[Een andere kandidaat is het ik, de menselijk identiteit. Ik meen te weten dat ik een ‘zelf’ heb en ik meen ook te weten dat ik daar vrijwel nooit aan twijfel. ……
Kortom, het ik heeft vermoedelijk wel een functie (en geen geringe). ..]
http://delachendetheoloog.web-log.nl/delachendetheoloog/2010/04/eenvoudige-vrag.html
Wie in zijn of haar leven ooit in aanraking is gekomen met de Oosterse culturen zal van de constateringen van professor Lamme niet zo verbaasd opgekeken hebben. Hooguit dan van de reductio ad absurdum dat een mens zonder zelf tot een zombie verwordt.
In het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Chinese Taoïsme, in het Japanse en Chinese Zen, in AdVaita (ik schat dat deze stromingen bij elkaar opgeteld goed zijn voor de culturele achtergrond van zo’n slordige 2 miljard mensen) wordt het bestaan van een autonoom ik, als een soort lokaliseerbaar object, niet als een realiteit gezien. Het zelf wordt eerder gezien als een verschijning in het menselijk gevoel, en als zodanig wordt het wel erkend.
Het ik blijkt bij nadere inspectie alle eigenschappen van een fantoom te hebben. We veronderstellen de aanwezigheid er van, maar al onze zoektochten ten spijt, we hebben nog steeds geen specifiek deel van de mens kunnen duiden als de zetel van het zelf. Het zelf, sprekend middels dat stemmetje in ons hoofd en in het Westen het liefst gesitueerd in het centrum van het logisch denken, blijkt onvindbaar.
(Wat een merkwaardige eigenschap is dat eigenlijk toch, dat we ons totale wezen het liefst verbonden zouden willen zien aan zo’n miniem stukje van onszelf, het rationele stemmetje met het eventuele rad van zelfbestuur in de hand. Waarbij we niet uit het oog moeten verliezen dat juist dat stemmetje ons tevens de meeste zelfkritiek bezorgt, en dat het onnoemelijk veel onbetrouwbare nonsens uitkraamt. De gemiddelde mens moet blij zijn als hij met gerichte aandacht twee, misschien drie dingen tegelijk en efficiënt kan doen, terwijl het brein en lichaam als geheel een onvoorstelbare hoeveelheid handelingen tegelijkertijd vlekkeloos uitvoert. Maar dit terzijde.)
In de Oosterse filosofieën is juist het doorzien van de prominente rol die het zelf inneemt een van de hoekstenen van het onderricht. Niet door het zelf totaal te ontkennen, zoals professor Lamme lijkt te doen (ik heb het boek nog niet gelezen, en interpreteer dit dus wellicht verkeerd) maar door het geïsoleerde zelf weer te laten integreren met het geheel. Het is deze integratie die in het Boeddhisme ontwaken genoemd wordt. Ontwaken uit de overtuiging dat er een gescheiden en autonoom zelf bestaat, en tot de realisatie komen dat een zelf slechts kan bestaan bij de gratie van niet zelf, ofwel ander. Ogenschijnlijk zo verschillend als maar zijn kan, maar zoals kop en munt samen een eenheid vormen, zo zijn ook zelf en ander twee kanten van een geheel.
(Zoals ook frequent verwoord wordt in het boek van Andreas Wagner, Paradoxical Life.)
Het is overigens niet zo moeilijk om in te zien dat in onze grammatica het Ik een bovennatuurlijke rol toebedeelt heeft gekregen. Ik besta, ik leef, ik denk, ik zie, ik hoor, ik ruik, dit zijn hele normale uitspraken in de Nederlandse taal. Ongewoon als het misschien mag klinken, geen van ons doet of kan deze dingen. Althans, niet vanuit de eerste persoon gesproken zoals wij dat gewend zijn te doen, en daar al doende ook in zijn gaan geloven. Het is wellicht een open deur intrappen als ik zeg dat niemand zijn hart kan laten kloppen of zijn spijsvertering kan laten functioneren. Een stuk minder voor de hand liggend is het als ik zou zeggen dat er niemand is die kan zien of die kan horen.
En toch is dat exact de illusie die huist achter eenvoudige uitspraken als: Ik kan zien of ik kan horen, en niet te vergeten, Ik kan denken. We kunnen deze uitspraken vanuit de eerste persoon niet waarmaken, geen enkel Ik kan dat. Wij kunnen niet werkelijk zien/horen/denken, al deze activiteiten zijn een deel van het geheel, van een totaal.
Niemand die hier deze tekst leest doet dit werkelijk zelf, het is onderdeel van een veel grootser gebeuren, van een geheel. Het omzetten van deze zwarte stipjes tegen een witte achtergrond tot informatie, tot leestekens is ook een gebeuren als geheel. En toch zeggen we net zo makkelijk: Ik kan dit lezen.
Vervolgens zijn we dan verbaasd als we dit Ik of zelf nergens in de hersenen kunnen vinden, vergetende dat we op zoek zijn naar een fantoom zolang we het aanzien voor een losstaand fenomeen.
Voordat het denkvermogen van Trouwe Lezeres en Lucas Blijdschap overtroebeld gaat worden door het willoos opbloeien van een virtuele blog-amourette (wat een spannende tik-tak zat er in hun posts
), nog gauw even het volgende tussendoor:
Religieus zegt: “Het is overigens niet zo moeilijk om in te zien dat in onze grammatica het Ik een bovennatuurlijke rol toebedeelt heeft gekregen. Ik besta, ik leef, ik denk, ik zie, ik hoor, ik ruik, dit zijn hele normale uitspraken in de Nederlandse taal.”
Dat klopt, maar is dat ook altijd zo geweest? En is de voorwaarde voor deze stelling niet dat er eerst een taal moet bestaan om zoiets te concluderen? Is dat nu net niet wat ons onderscheid van de dieren?
Hetgeen me meteen weer doet denken aan de controversiële, edoch ook aantrekkelijke theorie van Julian Jaynes uit de jaren 70, die gevoed door modern hersenonderzoek onlangs weer afgestoft is.
Ik citeer een stukje uit de wiki-pagina over de zgn Bicameral Mind:
http://en.wikipedia.org/wiki/Bicameralism_(psychology)
“(…) The term was coined by psychologist Julian Jaynes, who presented the idea in his 1976 book The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind, wherein he made the case that a bicameral mentality, that is to say a mental state in which there are two distinct sections of consciousness, was the normal and ubiquitous state of the human mind as recently as 3000 years ago. He used governmental bicameralism to metaphorically describe such a state, in which the experiences and memories of the right hemisphere of the brain are transmitted to the left hemisphere via auditory hallucinations. This mental model was replaced by the conscious mode of thought, which Jaynes argues is grounded in the acquisition of metaphorical language. The idea that language is a necessary component of subjective consciousness and more abstract forms of thinking has been gaining acceptance in recent years, with proponents such as Daniel Dennett, William H. Calvin, Merlin Donald, John Limber, Howard Margolis, Peter Carruthers, and Jose Luis Bermudez(…)”
En hier wordt het interessant door de directe link naar taal die de “Breakdown of the Bicameral mind” pas zo’n 3000 jaar geleden in gang gezet heeft:
“(…)For example, he asserts that, in the Iliad and sections of the Old Testament, no mention is made of any kind of cognitive processes such as introspection, and he argues that there is no apparent indication that the writers were self-aware. According to Jaynes, the older portions of the Old Testament (such as the Book of Amos) have little or none of the features of some later books of the Old Testament (such as Ecclesiastes) as well as later works such as Homer’s Odyssey, which show indications of a profoundly different kind of mentality—an early form of consciousness.[3]
Jaynes noted that in ancient societies, the corpses of the dead were often treated as though they were still alive (being seated on chairs, dressed in clothing, and even fed food) and he argued that the dead bodies were presumed to be still living and the source of auditory hallucinations (see ancestor worship).[3] This adaptation to the village communities of 100 individuals or more formed the core of religion. Unlike today’s hallucinations, the voices of ancient times were structured by cultural norms to produce a seamlessly functioning society. In Ancient Greek culture there is often mention of the Logos, which is a very similar concept. It was a type of guiding voice that was heard as from a seemingly external source(…)”
Het heeft wel wat. Soms denk ik wel eens dat dit zelfbewustzijn ons ook in de weg kan zitten. Gewoon omdat het ook een onprettige vaardigheid kan zijn in een steeds complexere en individualistische samenleving. Vandaar wellicht die behoefte om te willen terugkeren naar onze oorspronkelijk trance middels religie/bidden, of moderner: door het gebruik van XTC, door meditatie of via het head-bangen op ‘trance’ muziek door jongeren op festivals, als ze tenminste levend door de toegangstunnel komen…
Het heeft wel wat die theorie van Jaynes.
P.S. Reactie Agno niet gezien en overwogen.
Een beetje LT van tegenwoordig neemt de laptop mee op vakantie, en bespreekt ook daar een alweer ‘intelligent’ boek voor de volgelingen op zijn blog. Welke eenzaamheid bevolkt mij nu dat ook nog te willen volgen?
(Ondanks flauwe excuses tav het spellen van gerespecteerde namen, maar inderdaad ‘nieuwsgierigheid’ wint het tegenwoordig als definitie voor …. op een in taal gelijke site. Dus ja, een sceptisch agnosticus, zie het behoeftige narcisme in de definiëring van je eigen ‘wereldbeeld’, en het niet zoeken naar de ‘waarheid’ via de grote filosofen.)
Religieus geeft een link die me echt aanspreekt: Kolk, met doorverwijzingen. Zo moet het wel ongeveer zitten, voorlopig althans, denk ik. SORKC-schema’s lijken dus wel degelijk nog enige verklaringspotentie te hebben, maar de O in het verhaal kwam/ komt er wat bekaaid vanaf. Maar dat wisten we toen eigenlijk ook al. De homo economicus bijvoorbeeld heeft nooit bestaan, alleen in modellen. De hebzucht wel, maar zo ongebreideld, waarschijnlijk ook, maar toch weer anders?
Ik ben er toch ook wel voor om de vrije wil, ook in de liefde trouwens =- want wat is dat, liefde -trouwe lezeres- moederliefde, liefde voor literatuur of fietsen, le of la grande amour pour le Tour, pour madame, voor fijngevoeligheid, voor dementerende ouders, of de amoureuze veronderstelde in fijne blijdschap- = niet al te serieus te nemen.
Gedrag, gedeeltelijk vrij, vandaar een gedeeltelijke solidariteit. THAT is all there is, eenmaal van God los, het echt niet wetend. Dat wilde ik drie milliseconden kwijt, en nu bevestig ik dat. Naar de menselijke maat.
Ik ben gelukkig de enige niet. Zo iets gaf mijn niet verantwoordelijke deel me in voor ik een bon kreeg….samenleving. Zeg dat wel. Dus voor de wet: vrije wil. Maar vooral ook: je kunt aan de staande agent natuurlijk niet je hele levensgeschiedenis kwijt.
Is het eigenlijk wel belangrijk of er een vrije wil is? Als ik morgen weer naar de fabriek moet, op tijd, met prikklok?
p.s. met dat “O Lucas” vreesde ik al een virtuele romance, (gewoon onzin even.) Wel neig ik er bijna toe aan Trouwe te vragen iets als een fotootje te plaatsen op LT want als de ‘mannen als bosjes voor je vallen’ wil je een bewijs. (Is smaak ténminste nog iets van een vrije keus?) Het idee dat “mannen” uitsluitend hun “kip” nalopen past wel in het idee dat vrije wil niet bestaat.
Religieus stelt dat het ik niet is te lokaliseren, is te makkelijk gestelt, want hoe lokaliseer je iets als geest of bewustzijn? Mocht de mens als geheel al meer zijn dan een fysieke machine. En daar ligt toch het eigenlijk punt, ik betwijfel of Lamme iets heeft met de oosterse filosofie. Dat de wezensaard van de mens deel is van een groter geheel, in de zin van een transcendentie. Wat doet besluiten, wat doet zijn, wat doet denken, wat doet zelf beseffen. Dat het bewuste ik de optelsom is van de totaliteit van bewustzijn is aannemelijk, dat besluiten de som zijn van een totaalgebeuren. Maar wat is dat totaalgebeuren?
Lucas,
Ik vermoed dat er een misverstand ontstaan is omtrent het woord veroordelen. Ik heb het niet opgevat en willen gebruiken als een juridische veroordeling maar een veroordeling op het menselijk vlak. Dat een mens door anderen afgeschreven, afgewezen en verworpen wordt.
Over liefde: volgens mij zijn er veel soorten liefde; allemaal even irrationeel.
Volgens mij zijn er zelfs mensen die in de vakantie doodongelukkig worden als ze de liefde voor hun vakgebied zouden moeten ontberen. Of dat nou biologisch is……
In elk geval worden de thuisblijvers er ook gelukkig van.
Theo,
Eerst een fotootje vragen…..
Hier geef je inderdaad wel een prachtige demonstratie van de biologische liefde, dunkt me.
Trouwe lezeres,
(Toch gek dat wij samen -om misverstanden te voorkomen: ik bedoel álle blogvolgers bij elkaar- geen eenduidig beeld van de liefde hebben)
Oordelen, beoordelen, veroordelen, wel juridisch of niet juridisch, maakt me niet uit, het gaat me om de norm.
Hoe kunnen wij een norm vinden, hoe kunnen wij kiezen uit goed en kwaad als we geen vrije wil hebben?
Agno, bedankt voor die link naar Jaynes, kende ik niet, een interessante gedachte. Waaruit is jou gebleken dat Jaynes momenteel ‘wordt afgestoft’?
Religieus, Randschrift: als een geldstuk uit een ondeelbare eenheid bestaat van kop en munt dan maakt dat kop noch munt tot een fantoom.
@ Trouwe Lezeres @ Lucas Blijdschap
Trouwe Lezeres zegt: “Ik vermoed dat er een misverstand ontstaan is omtrent het woord veroordelen. Ik heb het niet opgevat en willen gebruiken als een juridische veroordeling maar een veroordeling op het menselijk vlak. Dat een mens door anderen afgeschreven, afgewezen en verworpen wordt.â€
Lucas Blijdschap zegt: “Oordelen, beoordelen, veroordelen, wel juridisch of niet juridisch, maakt me niet uit, het gaat me om de norm. Hoe kunnen wij een norm vinden, hoe kunnen wij kiezen uit goed en kwaad als we geen vrije wil hebben?â€
Je moet volgens mij toch wel duidelijk onderscheid maken tussen een juridisch of niet-juridisch oordeel. Kijk, ik zou natuurlijk persoonlijk (afhankelijk van de omstandigheden) een zombie, die zegt dat hij het lichamelijk geweld (laten we dat even als voorbeeld nemen) min of meer automatisch toepaste (in bewoordingen als: het voelde niet alsof ik er zelf invloed op had etc.) kunnen vergeven als ik het slachtoffer zou zijn of iemand die mij dierbaar is. De norm is dan mijn persoonlijke norm in dat geval. Maar voor de maatschappij is het heel belangrijk dat een rechter er de thans bestaande gangbare juridische norm op loslaat. Heel precies moet gekeken worden of de betrokken persoon nu wel of niet toerekeningsvatbaar was op het moment zelf. Dat gebeurt in de huidige rechtspraak gelukkig ook vrij precies met hulp van deskundige psychologen/psychiaters. Waar ik bang voor ben is dat als de kretologie van Lamme, Swaab cum suis zoals “De mens heeft geen hersenen maar is hersenenâ€, “Geest en brein zijn identiek†etc breed ingang gaat vinden in de maatschappij, het begrip ontoerekeningsvatbaar op onjuiste gronden verruimd gaat worden. Dat zou een gevaarlijke ontwikkeling zijn.
@ Nand Braam
Dat zal wel meevallen. Als een misdager geheel gedetermineerd zou zijn om misdaden te plegen, dan is een rechter geheel gedetermineerd om hem te veroordelen.
@ Agno
Zou het bicameralisme, hoe verleidelijk ook, niet een moderne versie kunnen zijn van het mannetje in de hersenen waar Lamme terecht tegen protesteert ? Op Wiki kon ik geen link vinden tussen “homunculus argument†en “bicameralismâ€, maar ik vind het toch erg op elkaar lijken.
@ Nand Braam
[gevaarlijke ontwikkeling]
Waar ben je bang voor Nand, dat meer mensen hun straf ontlopen?
Waarin schuilt het gevaar dat jij ziet.
Heb jij liever wilsbekwame moordenaars dan zombies?
Lucas,
toch kort op inhakend. Zo zou je ook kunnen stellen dat de wereld bestaat uit louter lieve en aardige mensen, die niet uit vol verstand en met volledige wil een moord kunnen begaan. Lijkt mij een te fijn mensbeeld om waar te zijn. (Ook hoeven we schijnbaar geen achtergronden meer uit te zoeken in een motief, want een motief bestaat dan eigenlijk niet.)
@ Lucas Blijdschap.
Waar ik bang voor ben is dat de begrippen ontoerekeningsvatbaar /eigen kunnen in de samenleving gaan schuiven onder invloed van de theorieën van Lamme, Swaab cum suis en wel de verkeerde kant op. De rechtspraak was wellicht niet zo’n goed voorbeeld. De aanpak van bepaalde problemen in de gezondheidszorg geeft misschien beter weer wat ik bedoel. Bij de aanpak van verslavingen (rookverslaving, eetverslaving) wordt gewerkt met motiverende gespreksvoering om te trachten het bewustzijn zodanig te versterken dat het brein de opdracht krijgt om bv bij obesitas niet meer direkt toe te geven aan de impuls “het brein ziet eten dus er moet gegeten wordenâ€. Het is heel moeilijk om van zo’n verslaving af te komen, maar het is niet onmogelijk. De mens zoekt uiteraard naar excuses om het gedrag niet te hoeven veranderen. De (onjuiste) “predestinatieleer†(zo noem ik het maar even voor het gemak) van Lamme, Swaab en kornuiten is een prachtig excuus om de pogingen om tot gedragsverandering te komen te staken. Ik zeg dit niet zomaar. Ik heb via mijn vrouw voldoende contacten in de gezondheidszorg om te weten dat men zich in die kringen daar zorgen over maakt.
@ Theo, Nand
Motief en predestinatieleer, twee kernwoorden uit jullie reacties. Ik probeer steeds de discussie aan te haken bij het uitgangspunt (‘De vrije wil bestaat niet’). Ik heb het boek nog niet gelezen maar ik denk vaak na over dit onderwerp. Wat hebben wij nou eigenlijk te kiezen? Zijn wij niet allemaal bootjes op de golven. Soms denk je dat je een beslissing neemt, maar had het dan werkelijk anders gekund? Of luister je -zoals ik ergens in de teksten van Jaynes las- naar het God-stemmetje in je hoofd? Ik denk inderdaad dat die Vrije Wil met een hoofdletter niet bestaat (Nietzsche is niet voor niets gek geworden). Maar een zwerver op de tweesprong moet toch kiezen welke kant hij opgaat. Goed kunnen luisteren is dan een betere eigenschap dan willen.
@Lucas
Vrije Wil met hoofdletters bestaat volgens mij ook niet. Wij zijn natuurlijk via o.a het geheugen en onze genen vastgeklonken aan het verleden, ook de evolutietheorie (en met name de struggle for life) houdt ons stevig in de greep etc. Maar vrije wil met kleine letters bestaat, volgens mij, wel. Dieren moeten het doen met instincten en een zeer beperkt bewustzijn. De mens is in staat gebleken zich bewust te worden van zijn grotendeels min of meer automatische, welhaast instinctmatige gedrag. Door deze bewustwording kan hij/zij op belangrijke momenten keuzes maken die uitgaan boven deze automatismen/instincten. Jouw zwerver op de tweesprong heeft gelukkig hulpmiddelen. Hij kijkt achter zich om te zien waar hij ook al weer vandaan kwam (hij zet zijn geheugen volop in werking). Op de tweesprong tuurt hij in de verte om te zien hoe de beide paden lopen en of hij aanwijzingen ziet over welk pad het beste gekozen kan worden. Met wat hij waarneemt en met behulp van zijn intern kompas neemt hij dan een beslissing. Luisteren is inderdaad een heel goede eigenschap. Als je heel goed luistert (en waarneemt) komt de wil daarna vanzelf.
@ Lucas
Als we werkelijk vrij zouden zijn, zouden we dan een norm nodig hebben?
@ Nand,
Wat betreft mensen met verslavingen: ik geloof wel dat velen hun gedrag kunnen veranderen, maar is men dan echt ook vrij van hun verslaving.
Eén glaasje alcohol nemen, één sigaret opsteken en men is weer de klos.
@ Trouwe Lezeres
Je bent dan inderdaad niet vrij van je verslaving (je zult altijd rekening moeten blijven houden met deze kwetsbare plek in jezelf). Maar je hebt wel bewezen dat je de baas over je verslaving bent geworden en niet gepredestineerd bent om altijd verslaafd te blijven.
@Trouwe lezeres
[Als we werkelijk vrij zouden zijn, zouden we dan een norm nodig hebben?]
Je toont je een ware mystica, Trouwe lezeres, maar dan heb je het over een vrijheid voorbij goed en kwaad. Of misschien moeten we zeggen vóór goed en kwaad (wie zegt dat het eeuwige vóór ons ligt en niet achter ons? was er niet een verhaal over een boom en een slang en een appel?)
Er zijn mensen die soms een glimp van die toestand opvangen maar normaal gesproken kun je je zo’n ‘relativiteitstheorie van alles’ in het ondermaanse heel moeilijk permitteren.
Lucas,
Misschien begrijp ik je vraag niet goed, maar laten we terug gaan naar de dagelijkse, ondermaanse praktijk van na de appel.
Ik veronderstel dat we het niet hoeven te hebben over hoe een gemiddeld mens aan zijn normen komt.
Verder denk ik dat je persoonlijk niveau van inzichten, je geestelijke ontwikkeling, ook van invloed is op het vinden en hanteren van je eigen norm(en). De een kan zich vergevingsgezind tonen na een norm overschrijdende daad van een medemens; de ander zal zich na een belediging al persoonlijk aangevallen voelen. Weer een ander wil zich misschien zelfs gewroken weten of zien.
Een ieder kan alleen maar die ‘keuzes’ maken op een bepaald moment, die je kúnt maken. Hetgeen op dat moment in je zit om te doen.
@Trouwe lezeres,
[Een ieder kan alleen maar die 'keuzes' maken op een bepaald moment, die je kúnt maken. Hetgeen op dat moment in je zit om te doen.]
Ja, zo zal het ongeveer zitten.
Je hebt dus wel een eigen willetje maar dat haalt zijn ‘data’ uit een onbeweeglijk verleden, heden en toekomst. Het ‘eigen’ zit dan hooguit in het bijrolletje dat je speelt in het allesomvattende theaterstuk. Het stelt niet veel voor, maar goed; je doet mee.
Een soort homeopathische verdunning.
Lucas,
Je kunt het weer fraai zeggen!
Ik weet niet wat je met: ‘een onbeweeglijk verleden, heden en toekomst’ bedoelt; ik weet alleen dat ik nu ‘een ander mens’ ben dan op mijn twintigste.
Misschien kun je de mensheid vergelijken met een soort ecosysteem. Elk ‘onderdeel’ daarin heeft zijn eigen, unieke rol.
Alleen het ene dier brult wat harder dan het andere, maar in het geheel is (de rol van) de houtworm even belangrijk dan (die van) de leeuw.
Samen vormen ze een een prachtig geheel (of theater), waarin elk wezen de cyclus van geboorte, leven en dood kan doorlopen.
Elk wezen ontkomt niet aan de ervaringen die zijn (het) leven hem biedt.
@Trouwe lezeres,
[ik weet alleen dat ik nu 'een ander mens' ben dan op mijn twintigste.]
Wie was je toen dan?
@ Lucas,
Zo’n iemand ongeveer:
:-*
:-\ :-! :’( :-* >:o
O:-)
@ Lucas Blijdschap
Hierbij maak ik je attent op de Nietzsche-opera “Dionysos†van Wolfgang Rihm. Opening van de Salzburger Ferstspiele (loopt t/m 8 augustus). Acht maanden heeft Wolfgang eraan gewerkt. Regisseur Pierre Audi., staat garant voor kwaliteit. Voorstellingen in het kader van de Saltzburger Festspiele zijn zeer prijzig en wellicht hou je niet van opera. Bovendien zit je nu in Nederland, neem ik aan en niet in Oostenrijk. Volgend jaar komt deze opera naar Nederland in het kader van het Holland Festival. Dan wel betaalbare prijzen (maar nog niet echt goedkoop). Als je niet van opera houdt is voor jou als Nietzsche-kenner het libretto wellicht toch interessant. “De woorden in het libretto stammen van Nietzsche, maar de tekst is van mijâ€, zegt Wolfgang Rihm. Kunstbijlage Volkskrant van vrijdag 30 juli pagina 34.
Wordt het niet eens tijd voor een Opera over de titanenstrijd tussen De Lachende Theoloog en wetenschappers/filosofen die een materialistisch wereldbeeld voor het enig juiste wereldbeeld houden ? Met op de achtergrond (koorzang)een aantal agnosten (Theo S, Agno e.a.) om het vuurtje op tijd weer op te porren als de vlammen dreigen uit te doven. Verder Taede Smedes als wijze raadgever voor De Lachende Theoloog, als bij laatstgenoemde het adrenalinegehalte te hoog is opgelopen .Voor Lucas en Trouwe Lezeres zie ik ook wel een rol weggelegd in dit theaterstuk. Etc. Etc. Muzieknoten kan ik niet schrijven laat staan componeren, maar ik denk wel dat ik het libretto gedeeltelijk voor mijn rekening durf te nemen. Nog een goede regisseur erbij en goede zangers/zangeressen en leuke kostuums/decorstukken en we krijgen een leuke voorstelling, dacht ik zo.
Lucas,
Omdat ik je vraag: ‘wie was je toen dan’, niet als serieuze vraag heb opgevat, heb ik er ook niet serieus op gereageerd.
Voor een behoorlijk antwoord op zo’n vraag, zou ik een andere entourage nodig hebben.
@Nand Braam
Nand, er was een tijd dat ik dacht dat ik zonder muziek niet kon leven. Totdat ik de oorverdovende kwaliteit van de stilte ontdekte.
Maar jazeker houd ik van opera, al hebben de klassieken naar mijn idee erg te lijden onder wat ik maar zal noemen het ‘Joop van den Ende effect’. Modernen als Louis Andriessen en Philip Glass kan ik ook erg waarderen.
Nietzsche en opera is een volstrekt logisch thema, niet alleen vanwege de dramatische zeggenkracht van zijn teksten maar ook gezien de legendarische liefde tussen Nietzsche en Wagner die zo sterk was dat ie omsloeg in een soort van haat. Er zijn boeken vol over geschreven. Ik neem dus aan dat Rhim haast niet onder een Wagneriaanse aanpak uitkomt, ben benieuwd, maar Salzburg zit er even niet in.
Karl Jaspers voert het conflict tussen Nietzsche en Wagner terug tot de tegenstelling Jezus – Dionysus. Hij schrijft:
[De dood van Jezus aan het kruis geldt voor hem (Nietzsche) als uitdrukking van het leven in zijn neergang en als aanklacht tegen het leven – in de verbrokkelde Dionysus ziet hij het in tragische vreugde zich steeds vernieuwende leven in opgang.]
Dat laatste zinsdeel -het in tragische vreugde zich steeds vernieuwende leven in opgang- vind ik prachtig; het vat eigenlijk Nietzsches hele filosofie samen.
In jouw Lachende-Theoloog-opera verwacht ik trouwens wel een peloton fietsers op de Bühne hoor!
@ Trouwe lezeres
Ik ben serieuzer dan je denkt. Wat ik eigenlijk wilde zeggen is dit:
Van de moederschoot tot je lijkwade was je, ben je en zal je zijn -of je het wilt of niet- Trouwe lezeres.
Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.
Of toch niet?
Net als bij de LT past het niet hebben van een vrije wil bijzonder slecht in mijn wereldbeeld. Ik zal het boek wel eens opzoeken en doornemen.
Beste heer Riemersma,
Na lezing van het boek van Lamme kan ik niet anders dan constateren dat u het voortreffelijk hebt samengevat. Aan het eind zegt u dat de nieuwe inzichten (uit de neurobiologie) niet in uw wereldbeeld passen en dat u slechts wijsgerige contra-argumenten hebt.
Welnu, ze passen ook niet in mijn wereldbeeld. Dat wil zeggen, met die onderzoeken heb ik geen moeite (ik wist al dat de hersenen en het “ik†bijzonder kwetsbaar zijn). Wel heb ik problemen met de manier waarop Lamme de uitkomsten van die onderzoeken als absolute, zo niet religieuze waarheden schijnt te beschouwen. Achterin staan wel de bronnen waarop hij zich baseert, maar lang niet allemaal (?), en soms ook verwijzingen naar wetenschappelijke kritiek. Maar al lezende kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Lamme op kritiekloze wijze onderzoeken aan elkaar breit. Een paar simpele voorbeelden : bij Libet mist het punt dat bij andere soorten beslissingen wel degelijk de ratio gebruikt wordt om de neurobiologische beslissing te corrigeren, op neurofeedback valt wel het een en ander aan te merken, en bij de brain fingerprinting (blz. 272) wordt een voor de leek zelfs zichtbare ongerijmdheid op de site van Larry Farwell klakkeloos overgenomen.
Maar plekje x licht nu eenmaal op onder de scanner, dus is er y aan de hand. Y hoeft dan nog niet per se te gebeuren, maar bij omgevingsfactor z is er aan de stimulus-respons-actie natuurlijk niets meer te houden. Het reductionisme van Lamme is al eerder genoemd, maar ik vond het hele boek ook erg deterministisch. Wat natuurlijk ook logisch is als er geen enkele vorm van vrije wil bestaat.
Wat Churchill betreft, daar had u nog wel even verder kunnen doorbijten. Lamme zegt gewoon dat Churchills wrok overgehouden aan Gallipoli dertig jaar eerder de doorslaggevende factor was bij zijn vele doden gaan kostende beslissing ten aanzien van Mers-El-Kébir. Ja, dat kan zijn, of dat kan niet zijn, maar Churchill leeft niet meer en kan zich niet verdedigen. Dus ik vind het gewoon smaad.
Maar de meeste problemen heb ik met de verschuiving die plaats gaat vinden in het strafrecht, waar de balans van het retributieve naar het utilitaristische verschuift, een ontwikkeling die Lamme kennelijk toejuicht. Gecombineerd met neurobiologie wordt het op blz. 288 gewoon griezelig : er staat nog wel dat een MRI-scan slechts een diagnostisch hulpmiddel is bij het inschatten van recidive, en dat iemand niet veroordeeld gaat worden om zijn gedachten (gedachten bestaan toch niet volgens Lamme ?) in plaats van op zijn daden, maar wat er dan volgt doet mij het ergste vrezen. Zorgen daarover zijn onterecht, zegt Lamme, want die scan geeft ook informatie over de impulsbeheersing. Ja, maar als dat plekje dan niet oplicht, dan is het natuurlijk wel foute boel. En wat dan, in de gevangenis houden ? Ik trek de lijn maar even door : leg de hele bevolking onder de scanner en geef iedereen met een fout oplichtend plekje een passende straf ten einde het grootste geluk voor de meeste mensen te garanderen. Ik stel voor : preventieve hechtenis. Of, om Lamme te citeren over mensen die qua neuronen ongevoelig zijn voor gevangenisstraf : verplichte sociale arbeid. Dan zijn we helemaal midden in het sciëntisme beland : wetenschappers beslissen over de (grond)rechten van burgers.
Lamme noemt Buikhuisen nergens, maar ik moest wel onmiddellijk aan hem denken. Tot welk ethisch mijnenveld (neuro)biologie kan leiden is beschreven door Hans van Maanen in het volgende artikel, dat mijns inziens nog niets aan actualiteit heeft verloren : http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article556918.ece/Lang_leve_het_taboe_op_Buikhuisen.
Beste lachende theoloog,
Deze recensie van mijn boek kom ik nu pas tegen. En dat is jammer want het is de beste die ik tot nu toe heb gezien.
De spijker op de kop voor wat betreft de mogelijke lacunes in het betoog (wat het inderdaad is, of in ieder geval bedoelt te zijn), Churchill is niet het sterkste voorbeeld. Dat hoofdstuk probeert evengoed met dat – toegegeven wat vergezochte – verhaal als inleiding wel degelijk in te gaan op de vraag in hoeverre wat ik daarvoor schrijf over simpele ja-nee of links-rechts beslissingen ook geldt voor de meer ingewikkelde. En als je kijkt naar hoe wij ook bij ingewikkelde morele dilemma’s, zware financiele beslissingen of sociale interacties worden gedreven door allerlei primitieve en niet rationele motieven, dan blijft voor mijn gevoel toch de zaak overeind dat wij ook in de ‘echte’ beslissingen van het leven door dezelfde goeddeels onbewuste mechanismen worden beheerst.
OOk de spijker op de kop voor wat betreft de vraag wat bewustzijn dan precies is, en of het brein echt zonder zou kunnen. De hele kwestie van wat bewustzijn nu precies zweeft een beetje boven dit boek natuurlijk. Ik gebruik in dit boek de – zeg maar – standaard definitie van bewustzijn. Maar ik zal de eerste zijn om te bekennen dat die niet veel houvast biedt. In mijn meer wetenschappelijke publicaties ga ik daar ook vrij wild tegen tekeer. Ik probeer daarin vanuit een meer biologische blik naar het raadsel van bewustzijn te kijken, en dan kom je tot de conclusie dat bewustzijn misschien helemaal niet is wat we denken dat het is. Maar dat is meer iets voor een volgend boek.
In ieder geval, bedankt voor deze mooie, kritische en complete recensie, en uiteraard zeer vereerd te lezen dat je het een zo spannend boek hebt gevonden. Dat was zeker ook de bedoeling: laten zien wat een opwindend vakgebied dit eigenlijk is
Vriendelijke groeten
Victor Lamme
Beste Victor Lamme, ik voel me werkelijk vereerd! Het gebeurt maar zelden dat iemand, van wie ik het boek bespreek, daadwerkelijk reageert. Ik kan niet ontkennen dat mij dat, of ik wil of niet, erg veel deugd doet.
Ik zag onlangs, in de boekhandel, dat Dick Swaab inmiddels 50000 exemplaren heeft verkocht. Dat is veel. Wel, ik hoop dan maar dat uw boek dit aantal overtreft, want het is volgens mij een (veel) beter boek. En dan dat prachtige omslag! Volgens mij zien we uw werk hoog eindigen -van mij mag het bovenaan komen staan- in de verkiezing voor het beste non-fictie boek van 2010.
Uw boek heeft ons op dit forum nog maandenlang bezig gehouden- en nog steeds. U hebt zelfs een aantal van mijn vaste lezers kunnen overtuigen. Leuk is dat, word ik op mijn eigen forum om de oren geslagen met uw argumenten
. Als ik probeer het tegendeel te beweren, dan zegt men tegenwoordig dat ik last heb van een al te sterk opspelende kwebbeldoos. Zeker, het begrip ‘kwebbeldoos’ is werkelijk een vondst, een ‘meme’. Wat kanmen daar tegenover stellen?
In alle ernst: het is natuurlijk een buitengewoon boeiend onderwerp en het is dan ook werkelijk schitterend om over dit veld een boek te lezen dat al het onderzoek en op verantwoorde wijze presenteert en op een zo intrigerende wijze! -Maar… volgens mij valt er over dit onderwerp nog zo veel te zeggen dat dit hopelijk niet uw laatste boek is. (En het zou mij niet verbazen als de uitgever al voorzichtig heeft geinformeerd of er geen ‘vervolg’ mogelijk is:). Het zijn zaken die mij in ieder geval onophoudelijk blijven boeien!