Wijsgerige Reflecties over Logische Godsbewijzen

Op het weblog van G.J.E.Rutten staan twee (helder geschreven) bijdragen over logische godsbewijzen:

Een Reductie

en

Is het Mogelijk

0 thoughts on “Wijsgerige Reflecties over Logische Godsbewijzen

  1. Door mijn geklungel kan ik geen reactie meer plaatsen onder het opstel Naturalisme en Theïsme, dus dan maar hier.

    Het opstel creëert een schijntegenstelling en bewijst de wetenschap meer eer dan ze verdient.
    1) de meeste wetenschappers bekommeren zich niet om het onderscheid tussen methodologisch en metafysisch naturalisme, dat nogal kunstmatig is. DLT noemt dan ook geen namen van metafysisch naturalisten. Volgens elke wetenschapper is vooral die theorie betrouwbaar die door de waargenomen feiten wordt gedekt. Zie supergeleiding. Bardeen, Cooper en Schrieffer ontvingen er in 1972 de Nobelprijs voor. Hun theorie werd in 1986 door Bednorz en Müller weerlegd en moest drastisch aangepast worden. B&N kregen binnen een jaar de Nobelprijs, terwijl BCS er zo’n 15 jaar op hadden moeten wachten. Wetenschappers zijn dus zéér geïnteresseerd in verschijnselen die de bestaande theorieën weerleggen. Zijn ze nou metafysisch of methodologisch naturalisten?
    2) Voor wat dat weefsel van bestaande theorieën betreft: de Quantummechanica en de Relativiteitstheorie zijn onderling inconsistent. Iedere naturalist hoort dat te weten. Dat maakt de metafysisch naturalist zoals omschreven in het opstellen zoiets als een rond vierkant. Voorlopig valt er in dit opzicht, met of zonder de evolutietheorie, helemaal niets aan te tonen. De mens heeft de gehele werkelijkheid nog lang niet beschreven.
    3) Aangezien de meeste naturalisten bekend zijn met het falsificatieprincipe van Popper is het wel handig dat erbij te halen. Nou, Popper wees er al op dat elke wetenschappelijke theorie een veronderstelling is. Het is dan ook raar om te beweren dat de coherent geordende werkelijkheid meer is dan dat. Popper stelt echter ook dat de bewijslast niet bij de naturalist ligt. Kom maar op met de falsificatie van de coherent geordende werkelijkheid. Geef me een verslag van een experiment dat incoherentie aantoont.

    Dat is de makke van het opstel: veel te veel vertrouwen in de ratio en de deductie. Zie Descartes en de kritiek op Cogito ergo sum. Het hele punt waar DLT aan voorbijgaat is dat de wetenschap zich niet interesseert voor een metafysische werkelijkheid.
    Ik heb er al eerder op gewezen. Wetenschap werkt. Metafysica en dus ook theologie niet. Deze hebben niets opgeleverd dat in de schaduw kan staan van vliegtuig, Zyklon-B, atoombom en internet.

    Kortom, het hele opstel bevecht een stropop middels een schijntegenstelling. Metafyisch naturalisten hebben ongelijk dus God bestaat. Tja.

    Ik haal er één citaat uit:

    “Zo is de overtuiging van de theïst dat God invloed uitoefent op de werkelijkheid strijdig met de overtuiging van de metafysisch naturalist dat slechts de natuurkrachten invloed uitoefenen op de werkelijkheid.”

    Geef me een verslag van een waarneming waaruit ondubbelzinnig een goddelijke invloed op de werkelijkheid uitoefent. Kunt u niet? Is er niet? Precies, daarom zijn álle naturalisten, metafysisch of methodologisch, ervan overtuigd dat we aan de natuurkrachten genoeg hebben.

    De grote fout in het opstel is dat inductie/empirie nauwelijks aan bod komt. Daarvoor is DLT een theoloog natuurlijk, maar met wetenschap en dus naturalisme heeft het maar weinig te maken.

  2. Door mijn geklungel kan ik geen reactie meer plaatsen onder het opstel Naturalisme en Thexefsme, dus dan maar hier.

    Het opstel crexebert een schijntegenstelling en bewijst de wetenschap meer eer dan ze verdient.
    1) de meeste wetenschappers bekommeren zich niet om het onderscheid tussen methodologisch en metafysisch naturalisme, dat nogal kunstmatig is. DLT noemt dan ook geen namen van metafysisch naturalisten. Volgens elke wetenschapper is vooral die theorie betrouwbaar die door de waargenomen feiten wordt gedekt. Zie supergeleiding. Bardeen, Cooper en Schrieffer ontvingen er in 1972 de Nobelprijs voor. Hun theorie werd in 1986 door Bednorz en Mxfcller weerlegd en moest drastisch aangepast worden. B&N kregen binnen een jaar de Nobelprijs, terwijl BCS er zo’n 15 jaar op hadden moeten wachten. Wetenschappers zijn dus zxe9xe9r gexefnteresseerd in verschijnselen die de bestaande theoriexebn weerleggen. Zijn ze nou metafysisch of methodologisch naturalisten?
    2) Voor wat dat weefsel van bestaande theoriexebn betreft: de Quantummechanica en de Relativiteitstheorie zijn onderling inconsistent. Iedere naturalist hoort dat te weten. Dat maakt de metafysisch naturalist zoals omschreven in het opstellen zoiets als een rond vierkant. Voorlopig valt er in dit opzicht, met of zonder de evolutietheorie, helemaal niets aan te tonen. De mens heeft de gehele werkelijkheid nog lang niet beschreven.
    3) Aangezien de meeste naturalisten bekend zijn met het falsificatieprincipe van Popper is het wel handig dat erbij te halen. Nou, Popper wees er al op dat elke wetenschappelijke theorie een veronderstelling is. Het is dan ook raar om te beweren dat de coherent geordende werkelijkheid meer is dan dat. Popper stelt echter ook dat de bewijslast niet bij de naturalist ligt. Kom maar op met de falsificatie van de coherent geordende werkelijkheid. Geef me een verslag van een experiment dat incoherentie aantoont.

    Dat is de makke van het opstel: veel te veel vertrouwen in de ratio en de deductie. Zie Descartes en de kritiek op Cogito ergo sum. Het hele punt waar DLT aan voorbijgaat is dat de wetenschap zich niet interesseert voor een metafysische werkelijkheid.
    Ik heb er al eerder op gewezen. Wetenschap werkt. Metafysica en dus ook theologie niet. Deze hebben niets opgeleverd dat in de schaduw kan staan van vliegtuig, Zyklon-B, atoombom en internet.

    Kortom, het hele opstel bevecht een stropop middels een schijntegenstelling. Metafyisch naturalisten hebben ongelijk dus God bestaat. Tja.

    Ik haal er xe9xe9n citaat uit:

    “Zo is de overtuiging van de thexefst dat God invloed uitoefent op de werkelijkheid strijdig met de overtuiging van de metafysisch naturalist dat slechts de natuurkrachten invloed uitoefenen op de werkelijkheid.”

    Geef me een verslag van een waarneming waaruit ondubbelzinnig een goddelijke invloed op de werkelijkheid uitoefent. Kunt u niet? Is er niet? Precies, daarom zijn xe1lle naturalisten, metafysisch of methodologisch, ervan overtuigd dat we aan de natuurkrachten genoeg hebben.

    De grote fout in het opstel is dat inductie/empirie nauwelijks aan bod komt. Daarvoor is DLT een theoloog natuurlijk, maar met wetenschap en dus naturalisme heeft het maar weinig te maken.

  3. Nu wat betreft Rutten. Die schrijft weinig wat DLT ook al niet geschreven heeft en ik ga mijn commentaar niet herhalen. Er is slechts één puntje dat mijn belangstelling heeft vandaag.

    Rutten beweert dat het totale niets onmogelijk is en dat hij daar een argument voor heeft. Helaas geeft hij geen verwijzing, dus ik moet maar veronderstellen dat hij aan de onmogelijkheid van een lege wereld denkt (twee of drie maanden eerder).

    Daar is de kous niet mee af. Zie het waterstofatoom van Niels Bohr.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Atoommodel_van_Bohr

    Let vooral op de zinsnede “een electron kan naar een hogere baan springen”. Het electron kan geen baan daartussenin bezetten. Tussen twee banen zit dus inderdaad helemaal nul komma niets.
    Nu is dat atoommodel later verfijnd. Niettemin poneren ook deze verfijningen dat elk atoom banen heeft met waarschijnlijkheid nul voor het electron. Dat is nog steeds totale leegte.

    Het is eveneens niet moeilijk om buiten de planetaire dampkringen een stukje heelal af te bakenen – laten we zeggen van 1 kubieke centimeter – waarin niets voorkomt.
    De redenering van Rutten deugt dus niet. Het totale niets bestaat.

    Kan Rutten twee tegenargumenten inbrengen.
    1) Hij meent dat zijn god zichzelf gefragmenteerd heeft en alleen daar bestaat waar materie/energie is. Wil ik graag weten hoe hij dat denkt te meten.
    2) Hij meent dat zijn god ook in dat plaatselijke totale niets zit. Dan speelt hij vals en geeft een cirkelredenering. God bestaat, want het totale niets bestaat niet want waar het totale niets is is nog altijd zijn god.

    Rutten geeft al helemaal blijk van totale natuurkundige onwetendheid als hij Plato en Aristoteles erbij haalt: “ieder object ofwel veroorzaakt is ofwel oorzaak is van tenminste één ander object.”
    Ik neem hem pas serieus als hij met een causale verklaring van de atoombom komt. De Nobelprijs wacht hem; het is Einstein ondanks jaren ploeteren niet gelukt. Dit is relevant genoeg, want het besef dat toeval het fundamentele principe van het universum is heeft mij tot het atheïsme gebracht. Ja, ik besef dat dat geen doorslaggevend bewijs is (zie Popper). Mijn punt is dat Rutten zich er veel en veel te gemakkelijk van af maakt.

  4. Nu wat betreft Rutten. Die schrijft weinig wat DLT ook al niet geschreven heeft en ik ga mijn commentaar niet herhalen. Er is slechts xe9xe9n puntje dat mijn belangstelling heeft vandaag.

    Rutten beweert dat het totale niets onmogelijk is en dat hij daar een argument voor heeft. Helaas geeft hij geen verwijzing, dus ik moet maar veronderstellen dat hij aan de onmogelijkheid van een lege wereld denkt (twee of drie maanden eerder).

    Daar is de kous niet mee af. Zie het waterstofatoom van Niels Bohr.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Atoommodel_van_Bohr

    Let vooral op de zinsnede “een electron kan naar een hogere baan springen”. Het electron kan geen baan daartussenin bezetten. Tussen twee banen zit dus inderdaad helemaal nul komma niets.
    Nu is dat atoommodel later verfijnd. Niettemin poneren ook deze verfijningen dat elk atoom banen heeft met waarschijnlijkheid nul voor het electron. Dat is nog steeds totale leegte.

    Het is eveneens niet moeilijk om buiten de planetaire dampkringen een stukje heelal af te bakenen – laten we zeggen van 1 kubieke centimeter – waarin niets voorkomt.
    De redenering van Rutten deugt dus niet. Het totale niets bestaat.

    Kan Rutten twee tegenargumenten inbrengen.
    1) Hij meent dat zijn god zichzelf gefragmenteerd heeft en alleen daar bestaat waar materie/energie is. Wil ik graag weten hoe hij dat denkt te meten.
    2) Hij meent dat zijn god ook in dat plaatselijke totale niets zit. Dan speelt hij vals en geeft een cirkelredenering. God bestaat, want het totale niets bestaat niet want waar het totale niets is is nog altijd zijn god.

    Rutten geeft al helemaal blijk van totale natuurkundige onwetendheid als hij Plato en Aristoteles erbij haalt: “ieder object ofwel veroorzaakt is ofwel oorzaak is van tenminste xe9xe9n ander object.”
    Ik neem hem pas serieus als hij met een causale verklaring van de atoombom komt. De Nobelprijs wacht hem; het is Einstein ondanks jaren ploeteren niet gelukt. Dit is relevant genoeg, want het besef dat toeval het fundamentele principe van het universum is heeft mij tot het athexefsme gebracht. Ja, ik besef dat dat geen doorslaggevend bewijs is (zie Popper). Mijn punt is dat Rutten zich er veel en veel te gemakkelijk van af maakt.

  5. Beste MNb,

    U schrijft: “Rutten beweert dat het totale niets onmogelijk is en dat hij daar een argument voor heeft. Helaas geeft hij geen verwijzing [...]“. Het desbetreffende argument kunt u vinden op mijn website http://www.gjerutten.nl, namelijk hier: http://bit.ly/jCMoRW

    Verder ga ik inderdaad uit van de idee dat alles wat bestaat causaal werkzaam is, i.e. zelf is veroorzaakt en/of optreedt als oorzaak van iets anders. Het gaat hier om een metafysisch principe dat niet alleen in onze tijd aanhangers kent, maar teruggaat tot Aristoteles en Plato. In deze zin noem ik beiden in (onder andere) voetnoot 13 van mijn artikel http://bit.ly/eFDYmK op genoemde site.

    Groet,
    G.J.E. Rutten

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>